|
Gisteren pakte ze uit de kast een cd met de Capricci van violist en
componist Niccolò Paganini. Wanneer luisterde ze daar voor het laatst naar?
Haar ‘herinnering’ gokte op twee jaar terug, maar het geheugen is, wist ze,
zo onbetrouwbaar als wat. Als ze de keukenkastjes weer eens langsliep om te
kijken of de potten, blikken en pakjes er nog een tijdje konden blijven
wachten, viel haar altijd op dat soep en pasta al heel veel langer bij haar
waren dan ze had gedacht. Dus was het waarschijnlijk reëel om te zeggen:
voor het eerst in véle jaren beluisterde zij Paganini. Waarom haar hand
juist nu naar de cd greep? Het was haar een raadsel (allerlei invallen en
handelingen vond ze tegenwoordig raadselachtig in hun ontstaan en
verschijning).
Ze luisterde. Na een paar nummers stond ze op om een markeerstift te
pakken. Daarmee gaf ze achterop een cd-doosje vaak aan welke nummers ze
mooi vond. Vervolgens zag ze, dat ze dit al eens eerder had gedaan. Ze
sprak met zichzelf af er niet op te letten en luisterde verder.
De markeerbehoefte was er nog vier keer.
Ze noteerde de nummers en keek pas na afloop weer op het doosje: ze had
andere nummers bewonderd dan een paar jaar geleden! De enige overeenkomst
met indertijd was, dat ze ook toen vijf nummers had aangestreept.
Kwantitatief vond ze Paganini dus net zo mooi als vroeger.
Wie was hij? De onvermijdelijke vraag. Het cd-boekje gaf geen
bevredigend antwoord. Natuurlijk kon ze nu even het wereldwijde web op,
maar ze besloot om de Oosthoek’s Encyclopaedie te raadplegen (Hoe
lang geleden zou ze die toch voor het laatst..?). Tussen ‘Pagai-eilanden,
zie MENTA WEI-EILANDEN’ en
‘Paganisme, heidendom, zie HEIDEN’ stond PAGANINI:
Paganini, Niccolò, Ital. vioolvirtuoos, geb. 1782 te Genua, overl. 1840
te Nice. P., die het eerste onderricht genood van zijn vader (eerst op de
mandoline, later op de viool) was toch in vele opzichten autodidact. Zijn
buitengewone gaven deden hem moeilijkheden overwinnen en stelden hem op
zijn instrument tot prestaties in staat, die eerst onmogelijk schenen. Dat
buitengewone, dat ook zijn uiterlijk en optreden kenmerkte, was de
voornaamste oorzaak van de fabelen en legenden, die over P. in omloop
waren. De waarheid is, dat hij aan zeldzame gaven een buitengewone volharding
in het oefenen paarde. Om zich aan de viool- en guitaarstudie te kunnen
wijden leefde hij van 1808-‘ 28 afgezonderd. Daarna bleek, dat hij zich had
gevormd tot een der grootsten en eersten van het moderne virtuozendom.
Eenzelvig, gierig, aan het spel verslaafd, was het vergaren van een groot
fortuin zijn enige doel. Daarin is hij geslaagd. Zijn viool (Guarneri) die
een muziekliefhebber hem schonk en die hij steeds bespeeld heeft, wordt
thans in het museum te Genua bewaard. Hoogtepunten in zijn loopbaan waren
de jaren 1827 (Italië), 1828 (Wenen en Duitsland), 1831 (Londen), 1833-‘ 34
(Parijs). Werken: 24 capricci per violino solo; vioolconcerten in Es en
b; Le Streghe, Carnaval de Vénice; Moto perpetuo; 12 Sonates voor viool
met guitaarbegeleiding enz.
Wat een zinnen! Ze herlas het stukje
twee keer. De taal raakte haar meer dan even daarvoor de Capricci.
Toen ze vele jaren eerder op de vrijmarkt voor tien Hollandse
Florijnen de complete Oosthoek 1952 had bemachtigd en ze haar vader
daarover vertelde, begon hij meteen over zijn oude Brockhaus. Hij zei dat
je meer hebt aan een oude encyclopedie dan aan een nieuwe. ‘Want’, stelde
hij, ‘bij een oude encyclopedie mis je de afgelopen decennia. En dat is een
voordeel, want zo is er meer ruimte voor een verder verleden, dus voor
informatie waaraan je moeilijker kunt komen dan aan al die hedendaagse
zaken’. Zelfs in het internettijdperk was er, dacht ze, voor zijn
redenering nog best wat te zeggen.
Nu ja, ze surfde ze toch ook nog maar even naar Wikipedia:
Veel
mensen geloofden dat Paganini een ‘duivelsviolist’ was. Paganini versterkte de
legendevorming om zijn persoon door ’s nachts op kerkhoven voor de doden te
spelen. Hij had ook de gewoonte om voor een concert zijn gezicht wit te
schminken om zo nog meer tot de verbeelding te spreken, als lijdend
kunstenaar. Een mysterieuze ziekte zorgde voor nog meer mystificatie rondom
zijn persoon.
Fabelen en legenden! Het was jammer dat
noch Oosthoek noch Wikipedia concreet werd. Met groot plezier voegde ze
daarom aan de Wikipedia-pagina toe dat Paganini, terugkerend naar Genua
vanuit Wenen, Londen of elders, meestal geen enkele herinnering meer had
aan zijn vrouw. Ook wist hij niet hoe lang hij van huis was geweest.
Daarentegen wist hij nog van elke ooit in Genua doorgebrachte dag wat hij
had gestudeerd en/of gecomponeerd.
De
houtskooltekening is van de hand van J.A.D. Ingres (1819)
|