|
De dagen worden korter. Iedere ochtendschemering komt later op gang,
elk vallen van de avond is eerder. Dag na dag kijkt ze naar de lucht. Het
is een hemel in een decor van hout en steen. Stil bewondert ze de
kaukasische vleugelnootboom die buiten - voorbij het stadstuintje en
voorbij de neutraal gelegde stenen paden - trots tegen de avondlucht staat.
Elke dag weer slaat de angst om het hart. Ze houdt van die gigant. Ze weet
hoe het gaan kan.
Zo kwam men – dat wil zeggen een planner, een
commissie of een liefhebber van Franse pleintjes – een jaar of dertig
geleden op de gedachte om van een marktpleintje ergens in een nieuwbouwwijk
iets bijzonders te maken door er platanen te planten. Rijen platanen. Niet
van die staakjes die pas over decennia iets voor zouden stellen, maar bomen
die van elders zouden moeten komen met vrachtwagens. En de gedachte werd
werkelijkheid. De doeken omhulden stevige stammen, de kluiten waren
werkelijk méér dan uit de kluiten gewassen. In de jaren die volgden
groeiden de platanen als gekken. Al snel werd de markt ‘s zomers onder één
enorm bladerdak gehouden.
In het eerste jaar van het frisse en lege
millennium kwam men – dat wil zeggen een planner, een commissie, een
liefhebber van geld en stenen – op de gedachte om op de oude plaats een
grote ah-erlebnis mogelijk te maken. De markt kon gemakkelijk worden
verplaatst naar een open plek even verderop. En de gedachte werd
werkelijkheid. Op een tot dat moment nog willekeurige winterdag kwam zij
langs het plein. De enorme platanen lagen grof in delen gezaagd op het
onttakelde plein. Ze huilde.
Enkele jaren later bezocht ze op diezelfde plek de Albert Heijn. Ze
kocht zoveel mogelijk biologisch.
De dagen worden korter. Volgend jaar, over een maand of gewoon
morgen kan de vleugelnootboom achter haar huis kantelen. De motorzaag slaat
aan, de gashandel wordt een paar keer vol open getrokken, en dan hoort ze
het geluid dat eigenlijk alleen in de Vogezen thuishoort. Twee minuten
duurt het zagen, een dagje het ruimen. Vanaf dat moment zal een najaarsstorm
kaal voorbij gaan, als in den beginne. En de tortelduiven zullen fladderend
zoeken naar de takken, net zoals ze dat vorig jaar deden naar de takken van
de den waarin ze jarenlang nestelden.
Die den stond in een particuliere tuin. Achter die den waren de
interieurs donker geworden. In die den zaten insecten. Onder die den vielen
zure naalden. Dus stuurde de zogeheten woningstichting er een motorzaag op
af. Het leverde een vrachtwagen vol hout-in-mootjes op. De woningstichting
heette, zij kan het ook niet helpen, Eigen Haard.
De frisheid van de stedeling. Harken. Snoeien. Strak, glad gras.
Kapvergunningen zijn niet meer dan handtekeningen. Machteloos kijkt ze naar
de hemel. Niet meer dan prevelen kan ze. Wie zei het voor het eerst: ‘alles
van waarde is weerloos’?
de zeer
oude zingt:
er is niet
meer bij weinig
noch is er
minder
nog is
onzeker wat er was
wat wordt
wordt willoos
eerst als
het is is het ernst
het
herinnert zich heilloos
en blijft
ijlings
alles van
waarde is weerloos
wordt van
aanraakbaarheid rijk
en aan
alles gelijk
als het
hart van de tijd
als het
hart van de tijd
Aan de Blaak te Rotterdam hangt de beroemd geworden dichtregel van
Lucebert in neon aan het dak van een verzekeringsmaatschappij. Een gebouw
lijkt minder kwetsbaar dan een boom. Vergeet het maar – in Rotterdam moet
je beter weten. En een verzekeringsmaatschappij wordt gewoon opgekocht.
|