Fontanellen

 

 

 

 

als haar wereld verschuift door de nacht

 

stil na een lange dag heel erg druk

 

als zij zonder verzet, ontkoppeld, de kant kiest waar ze

 

niet zijn moet, niets zeker weet, dan

 

voelt ze soms de scheuren

 

 

 

ze draait zich om, maar te laat, de bliksem

 

knakt en schaduwt aan alle kanten, ze schreeuwt

 

de verkeerde schreeuw, ze vergiftigt

 

  

 

de kamer: jouw naam

 

de naam met een arm om haar heen, het is te zeer

 

ingesleten

 

 

 

je besluipt de fontanellen van haar ziel

 

messcherp nog bekruip je haar, zonder je ook maar iets

 

aan te trekken van de draai van alledag

 

 

 

een draai waaruit je toch hoelang-ook-al-weer bent verdwenen

 

en je lacht zo lief als toen en je legt zo teder

 

je warme arm om haar schouders

 

 

 

 

 

 

© Anne Lever, uit: ‘Zwervend land’  (2003)

 

 

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl -  proza, poëzie, columns  - contact@hoogtelijnen.nl