|
De wereld van Fleur
Brouwer (1)
|
|
|
|
|
|
Elke maand
komt nichtje Klaar logeren. Dat is al zo vanaf dat ze nog een baby was. Nu is
ze zes. Ze wordt steevast op vrijdag aan het eind van de middag gebracht door
haar moeder, mijn jongste zus. En op zaterdagavond of zondagmorgen wordt ze
weer opgehaald. Als baby interesseerde gender haar voor geen meter.
Warmte, eten, drinken, poepen en slapen, daar ging het om. Dat veranderde
toen ze van baby peuter werd: de wereld moest ordelijk worden ingedeeld, en
dus werd zij een meisje en ik een mama - of meisje, of mevrouwtje. De
aankleding was daarbij bepalend, hoe onconventioneel ze ook werd opgevoed: ik
had oorbellen in, soms een rok aan en opgemaakte ogen, en was dus een vrouw.
Ook bij haarzelf waren er een paar uiterlijkheden die maakten dat ze een
meisje was. Vanzelfsprekendheid hierover overheerste. Toen ze me een keer
onder de douche zag staan, was ik een papa, maar nadat ik me had aangekleed
was ik gewoon weer een mama. Deze vanzelfsprekende ordening is niet meer. Sinds vorig najaar beving haar plotseling hevige twijfel als ze me zag. Ze vroeg me bijna letterlijk het hemd van het lijf. En dat ik haar steeds vertelde dat iedereen zelf mag weten of ze mij een jongetje of een meisje, een man of een vrouw wilde noemen maakte het alleen maar erger. ‘Dat kan niet’, riep ze boos. ‘Iedereen zegt dat dat niet kan.’ Dat haar moeder beweerde dat het wel kon, was nauwelijks relevant. ‘Iedereen’, dat waren de kinderen op school. Vorige maand verzon ik een list. Ik vertelde haar dat ik
een ‘mevreer’ ben. Mevreren komen van een groot eiland, en zijn een beetje
mevrouw en een beetje meneer. Op dat eiland mag je namelijk precies doen wat
je zelf wilt, en een heleboel mensen daar hebben helemaal geen zin om de hele
dag een meisje of de hele dag een jongen te zijn. Ze doen gewoon wat ze leuk
vinden. Daarom zijn er hier ook niet veel mevreren: de meesten willen helemaal
niet van het eiland weg. ‘Waarom ben jij dan wel weggegaan?’, vroeg het slimpie met
grote ogen. ‘Nou... Ten eerste omdat ik jou anders nooit zie’, zei ik.
‘Dat eiland is vreselijk ver weg.’ Ze keek een beetje teleurgesteld. Maar ik had
nog een troefkaart. ‘En ten tweede’, zei ik, ‘omdat het daar nooit koud is.
En ik wil af en toe in de sneeuw lopen en schaatsen.’ Vorige week was ze er weer. ‘Dag mevreertje’, riep ze al
op de trap. En terwijl ze limonade dronk en chips at, vertelde ze dat alle
kinderen op school mij wel wilden zien. ‘Maar dat mag niet hè!’, zei ze
samenzweerderig. *** |
|
|
|
|
|
Dit verhaal verscheen eerder als column in het Continuüm, een
onafhankelijk digitaal tijdschrift over genderdiversiteit (waaronder
transgender). Wil je meer van Fleur Brouwer lezen dan de vier verhalen op
deze website? In de rubriek ‘columns’ op www.continuum.nl vind je er in totaal bijna twintig. *** www.hoogtelijnen.nl - proza, poëzie, columns - contact@hoogtelijnen.nl |
|