hoogtelijnen

 

onafhankelijke website over kunst, natuur, mens en politiek            katern beschouwingen & utopieën

 

 

          

 

 

janiek kistemaker

 

soort zoekt soort

 

 

http://janiek.files.wordpress.com/2012/08/11082012.jpg?w=500

 

 

column 9       16 november 2012

 

 

 

 

 

Over de praatjes van de mensenkinderen zei ik bij mezelf: God stelt hen op de proef en wil aantonen dat ze eigenlijk vee zijn.

 

Prediker 3:18 (eigen vertaling)

 

 

 

Mijn dochter: “En, wat heb jij vandaag gedaan?”
Ik: “Ik heb op internet mee gediscussieerd over de vraag of mensen al dan niet een diersoort zijn.”
Zij: “Maar daar kun je toch helemaal niet over discussiëren?”
Ik: “Hoe bedoel je?”
Zij: “Nou, dat is toch gewoon zo?”
Ik: “Ik dacht dus van niet.”
Zij: “Nah ja, …..

 

Waarschijnlijk gelooft nu bijna iedereen dat het ontstaan van de soorten een kwestie van evolutie is geweest en dat het begin daarvan enkele miljoenen jaren geleden te situeren is. En toch is dat niet waar. De oorsprong van de soorten is eenvoudig historisch te traceren en wel in de achttiende eeuw, in het werk van Linnaeus. In de negentiende eeuw ontstond er een ware rage. Mannen uit de zogenaamde leisure class hielden zich onledig met het verzamelen en documenteren van alles wat onder de noemer van ‘natuurlijke historie’ kon worden gebracht. Vlinderjagers, vogelbalgenpreparateurs, schedeluitkokers – aan hen hebben wij het ontstaan der soorten te danken.

 

Want wat is in ‘s hemelsnaam het belang van het definiëren van soorten planten en dieren? Geloof me, het ging oorspronkelijk alleen maar om de vraag: “Heb jij deze al?” “Eh, nee…..” “Nou, ik lekker wel!” “En die heb ik dubbel. Zullen we ruilen?” Op een gegeven moment begonnen de heren collectioneurs met het uitkoken van de kadavers van hun personeel *) en ontdekten zij dat de mensen ook wel een plekje in hun verzameling verdienden. In eerste instantie natuurlijk alleen mensen van nederige komaf, die immers van nature al dichter bij de dieren stonden, maar vandaag de dag is een intellectueel die zich niet tot het dierenrijk rekent een witte raaf geworden. Maar kom, laat ik ophouden, want ik word een beetje vals.

 

Ik vond, – als leek, en misschien juist daardoor – de wilde stukken van onze discussie erg mooi. De relatie tussen lichaam en geest! Onze dierlijke kant! De biologische overeenkomsten! Communicatie tussen mens en dier! Wat hebben we niet allemaal overhoop gehaald? Had ik maar geen tijd voor dat soort dingen, net als een van de andere deelnemers! Maar dat heb ik wel. En anders hebben dat soort dingen wel tijd voor mij: ze weten me altijd weer te vinden.

 

Daarom wil ik dit nog zeggen: ik heb geen enkele moeite met mijn verwantschap met de dieren of mijn dierlijke kant. Eerder andersom. Als het aan mijzelf lag had ik allang een paar van die ganzen of konijnen, die in de buurt van mijn huis hun best doen een plaag te worden, onder het deksel mijn braadpan gehad. Maar dan vervreemd ik mij van mijn buren en ook bij mijn welpen hoef ik met dat soort lekkers niet aan te komen. Mijn moeite met “de mens als diersoort” ligt veel dichter bij andere vraagstukken.

 

Grofweg gaat het dan om de toenemende aandacht voor ‘s mensen biologie. “Wij zijn ons brein.” “Typisch testosteron.” Dat soort dingen. Dan denk ik: was de mens niet een wonderlijk wezen, dat boven zichzelf uit probeert te stijgen? En dan heb ik het niet over het resultaat of de gevolgen daarvan, daar valt ongelooflijk veel op af te dingen. Nee, het is dat streven, die poging verantwoordelijkheid te nemen voor onszelf en onze daden. Dat zie ik in de mensen en daar bewonder ik hen om. En ik denk dat we met die zo populaire fixatie op onze biologie onze andere – ‘menselijke’ – vermogens en verantwoordelijkheden wel eens uit het oog zouden kunnen verliezen. Of op z’n minst onderschatten.

 

 

*) Gerardus Vrolik (1775-1859), prepareerde het skelet van de huisonderwijzer van zijn kinderen. Zelf gezien in 1983 in het toenmalige Museum Vrolikianum.

 

*

 

 

Janiek Kistemaker schrijft ook voor het weblog van tijdschrift Lover en voor webmagazine het Continuum.

Deze column verscheen eerder op haar eigen weblog Janiek blogt ook wel eens.

   

 

 

  

 

Op de hoogte blijven?

De e-nieuwsbrief van Hoogtelijnen verschijnt  ca. 1 x per kwartaal.

Mail naar contact@hoogtelijnen.nl  en vermeld: ‘aanmelden nieuwsbrief hoogtelijnen’.

     

hoogtelijnen

hoog en laag op zoek naar schoonheid