Joke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

hoogtelijnen.nl      digitaal magazine over kunst, natuur, mens en politiek      beschouwingen & utopieën

 

 

ke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

janiek kistemaker    -   column 5   -   13 mei 2010

 

 

kareltje c90.jpg

 

 

kareltje, of: de dieren die wij eten

 

 

 

 

Een enkele keer eten wij hier thuis konijn. Toen ik voor zo’n gelegenheid aan de toonbank van de scharrelslager om de hoek stond, riep de slagersvrouw naar achter: “Cor, heb jij effe een konijntje voor mevrouw? Neem Kareltje maar!” Toen zij zag dat ik moest lachen, zei ze: “Ja, bij u kan ik dat wel doen. Dat wist ik.” Wat zij wist was dat ik van het boerenland kom en op de volkstuin nog altijd degene ben die met Kerst de overtollige hanen slacht. Voor de ‘coq au vin Madame Maigret’.

 

Dat die kindertijd op de boerderij van mijn grootouders mij een andere kijk op dieren en het nuttigen ervan heeft meegegeven dan ‘de moderne mens’ erop nahoudt, merk ik vooral wanneer ik weer eens een cultuurfilosofisch artikel over onze vervreemding op dat punt onder ogen krijg. Steevast wordt daarin breed uitgemeten hoe onze houding tegenover dieren alleen nog de extremen van sentiment en brutaliteit lijkt te kennen. Alles er tussenin is teloorgegaan sinds wij niet meer opgroeien met de dieren die wij eten.

 

De kat, die vroeger van muizen en kliekjes leefde en die mijn oma resoluut van haar schoot veegde wanneer zij opstond om koffie in te schenken, is nu een gourmet en als het goede leven haar teveel wordt, staat er een gezondheidszorg op menselijke maat voor haar klaar. Crematoria, urntjes of zelfs een marmeren grafsteentje omlijsten het heengaan van onze huisdieren. Zelfstandig creperen en rustig wegrotten onder een graspol in een hoek van de tuin is er niet meer bij. Er wordt zelfs serieus gedacht over juridische constructies waarbij een hond in zijn levensonderhoud zou kunnen voorzien middels de levensverzekering van zijn baasje, mocht die eerder sterven.

 

Aan de andere kant leven de varkens die ons karbonaadje leveren in omstandigheden waarvoor ‘beestachtig’ een understatement is. Ons lekkere stukje vlees komt uit Dante’s hel, maar in de hel geloven wij niet meer, temeer daar we die nooit te zien krijgen. Behalve degenen die er werken (en dat went snel, naar het schijnt) weet geen mens hoe het toegaat in een kippenslachterij, waar men probeert of de ‘productie’ kan worden opgevoerd van 100 naar 103 braadkuikens per minuut. En wie is er wel eens binnen geweest in zo’n schuur waar meer dan duizend biggen huizen?

 

De filosofen zeggen dat een mens, wanneer hij oogcontact maakt met een dier, een lichtelijk verwarrend mengsel voelt van verwantschap en afstand. In hun ogen herkennen wij onze eigen angst en pijn, lust en vreugde, maar wij laten hen niet delen in ons mens-zijn. Binnen dat spanningsveld hebben mensen eeuwenlang hun landbouwhuisdieren verzorgd, gedood en opgegeten. Getuige de religieuze rituelen waarmee dat eertijds gepaard ging, is het nooit helemaal gewoon geweest. Het eten van dieren brengt ons misschien toch wel zo dicht bij kanibalisme, dat wij daarbij van nature een huiver ervaren, die wij vroeger bij de goden neerlegden en die ons nu door de industrialisering van de vleesproductie wordt ontnomen. Ten gunste van de Economie.

 

Sommigen verwachten namelijk dat het herstellen van onze dagelijkse omgang met de dieren die wij eten het einde zou betekenen van de bio-industrie. Ik twijfel nogal: ik heb van nabij gezien hoe de hierboven aangestipte ‘herkenning’ bij het zien van varkens in een mesterij niet altijd plaatsvindt. En ook binnen de herinnerde idylle van mijn kindertijd werden wreedheden jegens dieren begaan. Toch: het verzorgen van de biggen en het rapen van de eieren op de boerderij van mijn grootouders hebben mij een soort eerbied bijgebracht voor de dieren die ik eet. En al kan ik dus slechts voor mijzelf spreken, die eerbied maakt dat één keer in de week vlees eten genoeg is, mits dat vlees van de scharrelslager komt.

 

Van Kareltje, of van Clara 35.

*

 

Janiek Kistemaker schrijft ook voor het weblog van tijdschrift Lover en voor webmagazine het Continuum.

Deze column verscheen eerder op haar eigen weblog  Janiek blogt ook wel eens”. 

 

  

 

 

Op de hoogte blijven?

De e-nieuwsbrief van Hoogtelijnen verschijnt  ca. 1 x per kwartaal.

Mail naar contact@hoogtelijnen.nl  en vermeld: ‘aanmelden nieuwsbrief hoogtelijnen’.

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl  -   beschouwingen & utopieën  -   contact@hoogtelijnen.nl