|
Twintig jaar geleden is het al dat de muur viel! De
muur. Mijn lief en ik leefden in een heerlijk winters isolement in de
Ligurische Alpen. Op de televisie zagen wij de val, maar waren nauwelijks
in staat om al die uitgelatenheid die wij van de buis zagen spatten te na
te voelen. Nu, in de maand van de herdenking van het scheuren van het
IJzeren Gordijn begin ik me opeens te realiseren hoe bepalend de Koude
Oorlog voor mijn kijk op de wereld is geweest.
Een paar weken geleden, op een zonnige middag, fietste ik met
twee tassen naar een bosschage in de buurt van Sloten, waar ik mispels wist
te groeien. Ik was vervuld van nostalgie naar twintig jaar geleden, toen ik
mijn eerste mispelwijn maakte. Vol van verwachting ook: de smaakverrukking
van destijds zou zich gaan herhalen. Ik wist het zeker. Maar toen ik bij ‘mijn‘
struiken aankwam zag ik het meteen, ze waren kaalgeplukt. Schrik mee van
mijn meest spontane gedachte: natuurlijk
weer die verdomde Oostblokkers! Die weten namelijk even goed als ik wat
je uit de wilde natuur kunt eten; dat had ik meermalen met eigen ogen
gezien.
Hoe bedachtzaam ik ook ben en hoe goed ik mijzelf doorgaans naar
de beginselmoraal weet te plooien, ook ik heb mijn vooroordelen. En al ben
ik me er al zeker twintig jaar van bewust, deze is er nog altijd,
hardnekkig als eczeem. Mijn negatieve gevoelens tegen zowat heel Centraal
Europa zijn even onloochenbaar als irrationeel. Met enige regelmaat vraag
ik me af waar ik ze heb opgedaan. Meestal denk ik dan aan die winter, iets meer
dan twintig jaar geleden, dat wij sinaasappels plukten op de Peloponnesos
in Griekenland. We waren daar – afgezien van een paar lang geleden
gestrande, zwaar alcoholistische hippies – de enige westerlingen temidden
van een menigte zigeuners, Joegoslaven en Polen.
Iets aan die mensen stond mij vrijwel onmiddellijk tegen. Toen
ik merkte met welk een kruiperigheid zij de Griekse boeren in de kaart
speelden, waardoor de marktprijs voor het seizoenswerk daalde en zag hoe
zij er vervolgens de kantjes van af liepen en hoe achterbaks ze zich in de
omgang met ons en elkaar betoonden, kreeg mijn antipathie een zekere
rationalisatie. Op een dag werkten we samen met een troepje coke-snuivende
Joegoslaven, die er prat op gingen dat zij in Amsterdam een tijd lang van
inbraken hadden geleefd. Dat deed de deur dicht en die ging niet meer open.
Misschien zal een echte ontmoeting met een mens uit die
contrijen helpen om mij te genezen van deze weinig fraaie ondertoon in mijn
onderbuik, denk ik wel eens. En toen zag ik afgelopen week de film Das
Leben der Anderen van Florian Henckel von Donnersmarck waarin een
Stasi-ambtenaar zich bijna zijns ondanks ontpopt als een ‘guter Mensch’
en dat in het verborgene levend houdt. Onder het oog van zijn superieuren
redt hij een schrijver, die het Westen voorziet van de waarheid omtrent de
gruwel waartoe het communistische ideaal verworden is, van een levenslange
gevangenisstraf.
Ja maar wacht eens even! Plotseling zie ik een hele reeks
filmbeelden zelfstandig langs mijn geestesoog flitsen. Troosteloze akkers
onder regen en mist, met hier en daar een hoopje smeulend aardappelloof.
Een nog troostelozer neuk-scène van een paar onverschillige mensen met
grauwe, vadsige aardappeleterslijven in een kille jagershut. De
woonkazernes, de koolsoep, de kleding zonder kleur, de armoe, uit
aardappelen gestookte wodka, de rammelende Trabant: alles is doortrokken
van een diepe neerslachtigheid, die
je nauwelijks op afstand kunt houden als je het ziet. Altijd is het daar
winter of herfst. Koud en grauw is alles.
Waar dit ooit begon, kan ik niet meer achterhalen, maar ik weet
wel dat ik vandaag pas echt begin te beseffen hoezeer al die beelden mijn
beeld van ‘het Oostblok’ hebben gevormd. Daarbij komt dat ik ben opgegroeid
met de gedachte dat indoctrinatie iets is wat zich dáár afspeelde. Krabbend
aan mijn eigen morele eczeem kom ik er langzamerhand achter dat ‘thought
control’, ook al lijken we die soms zelf te willen, zo alomtegenwoordig
is als de lucht die wij inademen.
Niet dat ik meen mijzelf met deze wetenschap te kunnen
verontschuldigen, maar ik zou graag willen blijven hopen dat de
hersenspoeling er een beetje dunner van wordt.
*
Janiek Kistemaker schrijft ook voor het weblog van tijdschrift Lover
en voor webmagazine het Continuum.
Deze column verscheen eerder op haar eigen weblog “Janiek blogt ook wel eens”.
|