|
heilige koe in natuurgebied
¨ 17 februari 2007 ¨
Begin februari sprak de bioloog Midas Dekkers zijn laatste column
uit tijdens het programma Vroege Vogels. In de Volkskrant van 10 februari
stond ter gelegenheid van dit afscheid een groot interview met Dekkers. Er
zitten fijne uitspraken tussen... Zo weidt hij bijvoorbeeld met groot
(on-)genoegen uit over ‘de mens in het bos’ en over de manier waarop
natuurbeschermingsorganisaties deze mens bejegenen. Een klein citaat:
“…bij de vogelbescherming kun je
nu kijkers van tienduizend euro kopen. Laatst las ik in hun blaadje de tip
dat je een speciaal kussentje op je open autoraam kon leggen om je kijker
op te steunen. Kortom: of u maar met de auto de natuur in wilt... En Staatsbosbeheer legt wel parkeerplaatsen aan.”
Hoera, dacht ik, er is nòg iemand
die zich hierover opwindt. Natuur-organisaties vinden Dekkers’ uitspraken
natuurlijk zeer onterecht, maar alleen al de door natuurbeheerders
samengestelde routebeschrijvingen naar natuurgebieden spreken boekdelen. Er
is zo goed als altijd veel aandacht voor de automobilerende mens en de
Heilige Koe mag soms tot diep in natuurgebieden penetreren.
Een paar jaar geleden schreef ik
voor deze website een aantal korte (bozige) anti-auto-pamfletjes onder de
kop ‘Wegen weg uit de natuur’. Kern van ieder pamfletje was dat de weg die
door of langs een bepaald natuurgebied loopt gewoon dicht zou moeten.
Veluwezoom
Mijn boosheid over de
auto-penetratie wordt jammer genoeg regelmatig gevoed. Afgelopen najaar
bijvoorbeeld, toen ik over de Veluwezoom zwierf en ontdekte dat niet alleen
de verschrikkelijke Posbank-rally nog ieder weekeinde door het
heuvellandschap raast, maar dat ook de wegen die vanaf de oostkant dit
geweldige natuurgebied in lopen openstaan voor de automobiele
natuurliefhebber. Loop je lekker door het bos, zie je ineens een auto dwars
door het idyllische blikveld snorren. Alleen aan de noordkant - de
Loenermark - is aan dit geweld min of meer een halt toegeroepen.
Een paar weken geleden las ik dat
de Raad van State sluiting van wegen op de Posbank heeft verboden. De reden
stond er helaas niet bij. Het openen van een bezoekerscentrum helemaal aan
de rand van het gebied - bij Rheden - blijft zo gerommel in de marge.
Het is in dit kleine land nog
lang geen beleid dat een natuurgebied per definitie niet bedoeld is voor
toerend volk, voor gezelschappen die een halfuurtje willen ‘uitbuiken’ of
voor mensen die hun kinderen (schreeuwtherapie) of honden (balen dat het
maar zo kort duurt) eventjes willen uitlaten. Dekkers over de
natuurbeheerders: “De enige
doelstelling van die clubs is zoveel mogelijk mensen door die bossen heen te
stampen op zondagmiddag. Totale waanzin”.
Is dit elitaire praat? Nu ja: de
overheersende opvatting is op dit moment toch wel, dat de natuur de mens
moet dienen - al was het maar omdat je anders geen subsidie voor
natuurprojecten krijgt.
Ginkelse
Heide
Ga op een zondag eens kijken op
de Ginkelse Heide, bijvoorbeeld door van station Ede-Wageningen naar
Otterlo te lopen. Verbaas je over de parkeerproblemen langs de oude
Rijksweg (de N 224) van Ede naar Arnhem, die dwars over de hei loopt. Aan
de noordkant draaien de hondenbezitters hun vaste rondje, aan de
zuid(oost)kant bevinden zich de mensen die met miniatuur-sportvliegtuigjes
(vanaf de grond bestuurd) willen vliegen of daarnaar willen kijken. Bijna
niemand verwijdert zich verder van de wagen dan pak èm beet twintig minuten
lopen, maar dat betekent wel dat je je, de Ginkelse Heide overstekend, zo’n
driekwartier in de drukte en de herrie bevindt. En de Ginkelse Heide
oversteken dùùrt ongeveer driekwartier.
Mijn voor Nederland radicale politieke besluit zou zijn om
de Rijksweg ogenblikkelijk af te sluiten voor alle gemotoriseerd verkeer.
Die weg kan, sinds de A 12 er is, zonder problemen worden opgedoekt.
Heerlijk! En als de Raad van State ook daar voor gaat liggen, dan helpt een
parkeerverbod alsnog heel behoorlijk (als beginnetje). Voor de
vliegtuigbestuurdertjes wordt aan de westkant van Ede tussen de
bedrijfsgebouwen een plaatsje gevonden (misschien kunnen de daken hiervoor
geschikt worden gemaakt) en de hondenbezitters moeten gewoon een heel eind
lopen als ze echt op de Ginkelse Heide willen zijn (de trouwe viervoeter is
intens gelukkig en dankbaar). Klaar!
En zo kan het op veel plaatsen,
zelfs in het verstedelijkte Nederland. Maar ja... Nog één keer Midas
Dekkers: “Het erge is ook: de meeste
mensen die je door de bossen ziet sjouwen, willen daar helemaal niet wezen.
Ze zijn erheen gestuurd door Erica Terpstra, omdat het gezond zou zijn.
Maar ze vervelen zich de pleuris in het bos; al die apen en arenden die je
op tv ziet, die komen ze daar niet tegen, en dus moet de boswachter
pannenkoeken voor ze bakken, of GPS-puzzeltochten uitzetten.”
Deelerwoud
In hoeveel natuurgebieden in
Nederland voel je je eigenlijk een gast van de natuur, iemand die vanzelf stil
wordt? Ze zijn er gelukkig wel, die gebieden. Daarom tot slot een vrolijker
tip over een gebied op de Veluwe: bezoek een keertje het Deelerwoud. Dat
grenst aan de ene kant aan de snelweg Arnhem-Apeldoorn (de A 50, met
daarachter de Veluwezoom) en aan de andere kant het Nationaal Park Hoge
Veluwe (dat ondanks de witte fietsen dan weer een toonbeeld is van de
manier waarop het met de auto nièt moet).
Aan de westkant van het
Deelerwoud ligt een kleine parkeerplaats (okee, die moet nog weg), aan de
oostkant bevindt zich een bijna stiekeme ingang. Neem de snelbus
Arnhem-Apeldoorn, stap uit bij de halte net ten zuiden van Woeste Hoeve en
loop in een paar minuten naar de ingang. In de bossen en op de heidevelden
van het Deelerwoud ben je niet de baas maar een fluisterende gast.
Meer
voorbeelden op de pagina “wegen weg uit
de natuur”
|