Unica Zürn, Luce Irigaray, Picasso, moi profound, post-modern ik-besef, Rutger Kopland, normaliteit, Rabindranath Tagore, Omar Khayyam, Kavafis

 

hoogtelijnen.nl      digitaal magazine over kunst, natuur, mens en politiek      het woord

 

Lodeizen Lucebert  Harold Pinter Martin Parr

 

 

averij & ballestore over kennen en interpreteren

 

    

 

brieven over alles (aflevering 3)    -  februari 2007   -   (nieuwe opmaak: 15 11 08)

 

 

Over Averij en Ballestore

 

Je zou ze zielsverwanten kunnen noemen, al zijn Averij en Ballestore denkers die zich dan meteen af zouden vragen of de mens een ziel heeft en of aan het begrip verwantschap wel enige inhoud kan worden gegeven. Objectief vast te stellen is in elk geval, dat ze elkaar al heel lang kennen en dat de briefwisseling die de komende tijd op hoogtelijnen verschijnt beslist niet de eerste van hun leven is.

Volg het spoor van deze twee aan elkaar gewaagde zoekers en dring stap voor stap door in het (inter-)menselijke oerwoud van waarnemingen, associaties en interpretaties.

 

Red. Hoogtelijnen

 

 

Op de hoogte blijven?

 

De e-nieuwsbrief van Hoogtelijnen

verschijnt  plusminus één keer per maand.

 

Mail naar contact@hoogtelijnen.nl

en vermeld:

‘aanmelden nieuwsbrief hoogtelijnen’.

 

 

 

 

 

 

Begeerde Ballestore,

 

Weet je dat mijn gecastreerde Kater, Fritz, heeft gesprietst tegen mijn ballestore en dat die daardoor gescheurd is? Het ziet er zo uit, een duidelijk voorbeeld van averij aan de ballestore:

 

 

 

 

 

 

 

Had jij Fritz geïnstrueerd? Altijd die dichte ballestore, en altijd die blik gericht op dat computerscherm… Hij sprietste ook met nauwgezette regelmaat tegen de linkeronderhoek van mijn beeldscherm, dat daardoor langzamerhand en vanuit die hoek zwart werd. En nu, na jouw brief, begrijp ik hem pas! Dit is wat hij me wilde vertellen: “Zet open die ballestore, en ga uit die computer! Kijk eens de wereld in, de magnolia bloeit, er gebeurt allerlei leuks en moois terwijl jij doet alsof je de wereld kunt beleven via je scherm.” En natuurlijk wilde hij ook graag wat vaker geaaid en geknuffeld worden, en beviel het hem niets dat mijn aanrakingen voornamelijk betrekking hadden op de knopjes van mijn toetsenbord.

 

Ik heb ooit nog een halfslachtige poging gedaan de ballestore te herstellen met plakbandjes, maar nu laat ik dit gat zitten en zal het koesteren als een symbool voor het openstaan, voor het ontwaren van waarheden en schoonheden daar waar ik ze niet meteen zoek en verwacht, gewoon door het toestaan van verwondering, door af en toe niets te doen en voor me uit te staren.

 

Maar dan toch nog even over het ‘moi profond’....jij stelt, vragend weliswaar, of de angsten en monsters van Zürn niet een uitdrukking zijn van eenzelfde ‘moi profond’  als de vrolijke kus van Picasso. Hier moet ik over nadenken, omdat deze gedachte natuurlijk terugvoert op die van de door Joke Hermsen aangehaalde Bergson – namelijk dat iedereen een vergelijkbaar ‘moi profond’ heeft. Een soort diepere laag van het zelf, om niet te zeggen een echter en ‘waarder’ ik....  Jij lijkt ook te stellen dat de verschillen niet wezenlijk zijn, maar betrekking hebben op de manieren van uitdrukken, of de grootte en vorm van de kleppen. Terwijl ik, geloof ik, denk dat de ‘wezenlijkheid’ van mensen juist zit in die verschillende manieren van uitdrukken, die verschillende talen. Nadenken over mensen als zouden ze een ‘kern’ van eigenheid hebben, en verschillende vormen van artistieke expressie (deels) op die eigenheid terugvoeren...: ik ben meer geneigd om mensen als voornamelijk sociale dieren te zien, en artistieke expressies als een weerspiegeling van de samenleving en van de sociale betrekkingen waarin iemand zich bevindt en die iemand onderhoudt. Dan is kunst altijd een dialoog, een gesprek, iets wat zich voltrekt tússen mensen en iets dat dus ook zo geïnterpreteerd moet worden.

 

Maar ja, misschien bedoel jij dat toch ook wanneer je het opengaan der kleppen liefde noemt. Je begrepen weten is, althans voor mij, een intens belangrijk onderdeel van liefde – en heeft daarmee te maken: dat je je op zo’n manier kunt uitdrukken dat de ander je begrijpt, weet wie je bent. Dat je gekend wordt. Voor mij heeft dat niet zoveel te maken met het blootgeven van een dieper ik, maar vooral met het (ook) laten zien wat in het alledaagse daglicht doorgaans niet verdraagt. Dat wat niet getolereerd wordt, waar je om uitgelachen wordt of om gepest, waar je uiteindelijk door buitengesloten kunt worden.

 

Ik denk dus niet dat waarheden en schoonheden puur van jezelf zijn, maar altijd sociale afspraken en overeenkomsten. Wel denk ik dat je door te reizen (letterlijk, of in boeken en films, of op andere manieren) erachter komt dat er vele manieren zijn om te ‘zijn’ en dus om je te verhouden tot mensen. Dat wat door de ene groep gewaardeerd wordt, voor de ander juist reden voor bespotting is. Dat is één van de redenen dat ik het erg leuk vind om af en toe een paar weken tussen mensen die uit een andere cultuur komen te zijn; dat zijn momenten waarop ik opnieuw moet leren hoe ik me tot de ander kan en zou willen verhouden en dus momenten waarop ik mezelf opnieuw moet uitvinden. Verwarring en onregeling, ook.

 

Ik vind het een mooi gedicht, dat van Kaváfis waar je mee eindigt. Het herinnert er inderdaad aan dat verwarring en ontregeling ook vaak pijnlijk of zelfs een marteling zijn, en dat het niets voor niets is dat we – of laat ik voor mezelf spreken – ik me er meestal en doorgaans maar liever voor afsluit. Een grote bek: dat noemt zich Averij, maar ondertussen zo laf als een heremietkreeft. En als het niet mijn eigen pijn is waar ik bang voor ben, dan is het wel die van anderen. Of voor de afgeleiden ervan: boosheid, afkeuring, uitsluiting, enzo.

 

We noemen dit de angst om gekend te worden. Zoals Harold Pinter dat zei in een interview met Jeremy Isaacs (opgetekend door Frits Abrahams in het NRC van 27 januari 1997 *):

 

 

 

Isaacs vroeg hem naar de taal van zijn stukken. Bestaat er stilte in de woorden?

‘Jazeker’, zei Pinter, ‘en vaak ook onder de woorden. Het gaat mij om de stilte van de angst, de angst om gekend te worden, de angst om andere mensen te kennen, de angst voor intimiteit. Woorden beschermen daartegen.’

 

 

Maar is het niet vooral angst voor afwijzing en uitsluiting? Angst om niet te voldoen, om niet te passen. Dat wij in deze brieven, en in gesprekken, letterlijk geen blad voor de mond nemen is een teken van liefde.

Vond nog dit gedicht van Lucebert – dat met gemak van toepassing gedacht kan worden op onze gedachtenwisseling:

 

 

                 code

                 temidden van monsters en serpenten

                 beklemt niet de tibetaan

                 het went. ook eerste man te zijn in rome

                 tronend boven lieden badend in litanieën

                 onuitstaanbaar als een waterval van harpen

                 gereproduceerd door een hikkende grammofoonplaat

 

                de heremiet kieze met hazlitt en wende zich af

                van een ‘wearisome succession of words’ en wijde

                zich aan werkelijker dingen ‘stripped of the

                disguises of words’ aan wijn aan geisha’s of desnoods

                aan het groeiende gaatje in de kluizenaarskamer

 

                want verantwoording vraagt zeer zuivere vragen

                neigingen liefst in miniatuur en handelwijzen

                karikaturaal korrekt ‘une suite

                de dessins encyclopédiques’ geschikt

                om jong en oud afdoend te onderwijzen

 

                als men moed heeft tot dronkemanstesten

                leunden op denkbeeldige slagbomen

                boven steeds fijnere scheidslijnen

                leert men leven in eigen woorden naverteld

                is tautologie

                niet wetend hoe nauwgezet tijd herhalingen wijzigt...

 

 

               uit: val voor vliegengod

 

 

Ik laat het even hierbij, en wacht met spanning op je antwoord.

 

In liefde, Averij.

 

 

*)  http://www.nrc.nl/W2/Nieuws/1997/01/22/Rtv/rtv.html

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vriendin,

 

Sorry voor de kapotte Ballestore en je computer scherm. Ik heb Fritz niet geïnstrueerd, wellicht was het telepathie? Je slaat in je brief weer zoveel spijkers op zijn kop en tegelijkertijd kun je je afvragen of die spijkers wel ergens ingeslagen dienen te worden. Kan een spijker niet gewoon een spijker zijn zonder de verwachte functie te hebben om iets vast te maken? Ik moet gelijk denken aan een Afrikaans (?) gezegde: If your only tool is a hammer, then everything starts to look like a nail.”

 

Moi Profond of sociaal geconstrueerd... Ik ben erg flauw maar ik denk toch dat het ergens tussenin zit. Ik bedoel: is het moi profond iets waarin mensen wezenlijk overeenkomen, of is het juist iets waarin mensen van elkaar verschillen?

Ja, mensen zijn sociaal geconstrueerd en wellicht is er geen weg om daar aan te ontkomen. Maar toch denk ik dat het gevoel - al beweren sommigen dat ook dat òf niet bestaat òf ook geconstrueerd is en dat we niet buiten gebaande paden kunnen denken -  wel tot verschillende interpretaties kan leiden. Zürn die psychedelisch zwaarmoedig tekent of Picasso die dat ogenschijnlijk op een levenslustige manier doet. Het gaat om hetzelfde, maar de interpretatie die ze er aan geven is verschillend. Dat kan sociaal geconstrueerd zijn of  erfelijk, of eigen interpretatie of gevoel, maar in plaats van naar die verschillende redenen te kijken kun je ook naar de overeenkomst kijken.

Wat is het dat die verschillen teweeg brengt? De kleppen open durven zetten, toelaten die verwarring en ontregeling. Dat dit verschillende resultaten heeft: ach, dat zal wel. Maar de aanvaarding van je kleppen is misschien veel leuker om te bekijken. Is dat ook niet wat je leuk vindt als je in interculturele settings zit?

 

Zoals je weet zit ik in Montpellier en dat maakt het anders. Een treinreis van uren waarbij ik melancholisch nadenkend door de natgeregende bossen van de Morvan zoefde, of de eenzaamheid van een altijd wat onpersoonlijke hotelkamer leidt tot grondig nadenken. Ja, ik denk wel dat je gelijk hebt, dat veel sociaal geconstrueerd is; maar ik vind het uiteindelijk toch ook wat te deterministisch. Het Moi Profond is iets wat er wellicht niet zomaar is maar wat je eerst moet ontdekken eerst en vervolgens kunt willen ontwikkelen of koesteren. Als je inderdaad kleppen open gaat zetten, eerst schoorvoetend en wantrouwend en dan soms in buien van overmoed, uitgelatenheid of grote melancholie, dan gaan die kleppen ineens vol open. Wellicht is dat ook allemaal sociaal geconstrueerd. Maar het voelt wel veel bevrijdender: alsof je wel even buiten die sociale constructies kunt gaan staan. Even in dat groter perspectief kunt piepen. Even een vrije val door de werkelijkheid kunt maken. Zoiets als dat je je even gewichtsloos kunt voelen ook al heb je er een vluchtsimulator voor nodig. Kunnen we niet in de werkelijkheid een beetje aan diezelfde werkelijkheid ontsnappen? Of is dat praktisch en filosofisch onmogelijk? Ik daag je uit!

 

 

 

 

Lucebert

 

 

Je gedicht van Lucebert spreekt boekdelen. Ik denk soms dat onze briefwisseling een Lucebertiaans schrijven zal worden, hij slaat nog meer stappen over om zaken uit te leggen. Het zijn beelden en associaties die hij oproept, stemmingen en gevoelens. We kunnen daar blijkbaar iets in herkennen. Wellicht door een sociale constructie. Hebben we dat geleerd dan? Zijn kleppen staan open en hij verwoordt slechts wat er doorheen komt zonder dat uit te leggen voor de lezer. Deden Picasso en Zürn dat ook niet?

Martin Parr laat een spiegel zien van de werkelijkheid, zoals zijn serie “Bored Couples”  (zie de foto’s onderaan deze brief) wat het herkenbaar maakt en lachwekkend of afschrikwekkend. Ik doe hem waarschijnlijk te kort maar het is gemakkelijker om de werkelijkheid te tonen dan om hem te tonen als interpretatie.

 

Picasso, Lucebert, Zürn en anderen laten hun werkelijkheid zien, zonder gebruiksaanwijzing, wat het ook – zij het lastiger- herkenbaar kan maken en lachwekkend of afschrikwekkend. Of ben ik nou arrogant en elitair.

 

Ik haal Lodeizen aan:

 

 

 

                             De moeheid in een bootje

                             Roeit langs geweldige steden

                             Die drijven ieder een eiland

                             Langs de kust van het

                             gefantaseerde intellect

 

                             en:

 

                             Ik kan in nieuw

                             gebouwde steden wonen; waarom

                             zou ik hier blijven, na het feest,

                             nu de ochtend ongewassen en

                             een beetje huilerig in het douchehokje

                             van de hemel staat?

 

 

 

Wellicht wordt onze briefwisseling steeds ongedisciplineerder en steeds onbegrijpelijker. Waarom willen we eigenlijk nog begrijpelijk zijn voor anderen als we ons uitdrukken?  Unica Zürn heeft dat niet uitgelegd, Picasso netzomin. Ik wil ons verre van met hen vergelijken, maar wel de vraag stellen waarom dat zou moeten, als de geliefden (degenen dus die je met alle kleppen open nog steeds willen en kunnen begrijpen) interpretaties kunnen geven - ook al zou dat wel eens niet de juiste kunnen zijn?

Of is dat arrogantie? Is kunst dat? Wordt wel gezegd. En dan is het meteen weer een sociale constructie, want je hoort pas ergens bij als je Bach mooi vindt of Picasso of Marco Borsato...

Is dat het niet? Soms hoor je mensen zeggen als ze Picasso zien: “Ach dat kan mijn dochtertje van 3 ook!”. Is dat het niet juist! Het laten zien van een eigen werkelijkheid in plaats van de social geconstrueerde werkelijkheid?

 

Misschien kunnen we niet aan sociale constructies ontsnappen, niet buiten de werkelijkheid denken. Maar erbinnen kunnen we, moèten we misschien wel zo ver mogelijk proberen te gaan. De belangrijke rol van de onaangepasten. Want wat dat betreft hebben we een voorsprong. Als je niet helemaal binnen de conventies past moet je er wel over nadenken, daar wordt  je toe gedwongen.

Daarom is vragen stellen en zoeken naar de juiste vragen een heilzamere weg dan het zoeken naar antwoorden. Antwoorden zijn veel meer binnen sociale constructies dan dat vragen dat kunnen of hoeven zijn. Zingeving zit vaak in antwoorden maar wat zit er in vragen? Ik hoop ooit op enig moment een vraag te stellen die ondenkbaar is. Van een antwoord kun je dat nooit beweren.

 

Jij zit met en kapotte ballestore maar hebt niet meer de neiging zozeer om hem of haar te repareren. De scheur roept vragen op en het antwoord op een kapotte ballestore is niet per se om hem te repareren. Je repareert iets als dat functioneel is, anders kun je het net zo goed laten. Het leven is niet functioneel, maar veel meer of veel minder dan dat. Het is onrepareerbaar want nooit kapot. Het is ondenkbaar omdat we er niets van weten. Maar wat is nu de vraag?

 

Je vriend Ballestore.

 

 

 

 

          

 

 

Martin Parr: Bored Couples

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl  -   beschouwingen & utopieën  -   contact@hoogtelijnen.nl