Joke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

hoogtelijnen.nl      digitaal magazine over kunst, natuur, mens en politiek      beschouwingen & utopieën

 

 

Joke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

anne lever   -   essay   -   6 augustus 2004

 

over de (on)mogelijkheid van een vrije genderkeuze

 

           

 

mannen kunnen beter kaartlezen

 

 

 

 

 

 

Voor de meeste mensen is het duidelijk: je bent vrouw of je bent man. In een Westerse samenleving als de onze zijn de ideeën over de betekenissen die aan man- of vrouwzijn moeten worden gehecht, aan voortdurende verandering onderhevig. Dat er twee ‘soorten’ mensen zijn, namelijk mannen en vrouwen, blijft echter voor haast iedereen als een paal boven water staan. De enorme diversiteit in levensstijlen (van vrouwen en mannen), ontstaan sinds in de jaren zestig en zeventig de vaste rolpatronen op grote schaal ter discussie werden gesteld en bestreden, heeft aan het geloof in de tweedeling nauwelijks afbreuk gedaan. Opvattingen als ‘vrouwen komen van Venus en mannen van Mars’ lijken vele malen invloedrijker dan bijvoorbeeld ideeën uit post-moderne hoek over ‘gender als constructie’. De grote nadruk van de laatste jaren op de biologische verschillen tussen man en vrouw, lijkt het twee-soorten-denken zelfs (weer) te versterken.

Duidelijkheid in zwart-wit, dat heb je als kind nodig om de wereld te begrijpen. In dit essay wordt betoogd dat we door het vasthouden aan simpele ordenende principes in feite kind blijven.

 

Het sprookje

 

Stel dat mensen konden kiezen welke verschijningsvorm ze willen hebben: zachte rondingen of scherpe trekken, grote borsten en een penis of een platte borstkas en een vagina… Meer vrouwelijke kenmerken, meer mannelijke kenmerken, extreem man of vrouw, of juist zeer androgyn. En stel dat mensen dat niet één keer in hun leven konden doen, maar net zo vaak als ze zelf wilden. Of nog extremer: stel, ze moesten van kindsaf elke ochtend opnieuw kiezen, zoals je je kleren kiest voor de nieuwe dag.  

Als dit van vandaag op morgen ineens zo was, in ons land, over de hele wereld, dan zou de hele samenleving op haar kop staan. Niets, nu ja, bijna niets, zou meer zijn zoals het was. In een autoritair ingerichte maatschappij zouden meteen richtlijnen en wetten worden uitgevaardigd waarin wisseling van sekse strafbaar gesteld wordt, en in de meer liberale samenlevingen zou grote verwarring heersen en een hevig debat losbarsten..: de vader van die meisjes is de moeder van een stel jongens! Of niet? De premier was gisteren nog een man en moet je hem, of is het een haar?, nu toch eens zien! Mag een premier dit wel doen? En de vrouw die bij de bouwmarkt komt om een betonmolentje te huren kon misschien toch wel eens verstand hebben van klussen, want wie weet is ze wel…

Na een tijdje zou het vanzelf geen zin meer hebben om dan ‘wie weet is ze wel een man’ te denken. Het zou afgelopen zijn met de gender-tweedeling! Zelfs een dictator weet op den duur geen raad met zoveel variatie-vrijheid.

 

Afgelopen met de gender-tweedeling? Stel dat zelfs de binnenkant van de lijven mee-varieerde – de mogelijkheid tot baren, de hormoonhuishouding, de linker- en rechterhersenhelft – zou het dan toch niet zo zijn dat mensen binnen de kortste keren weer allerlei eigenschappen en rollen gaan koppelen aan bepaalde fysieke verschijningsvormen?  En ook, dat ze dan haast allemaal weer voor één vaste vorm gaan kiezen, met op z’n hoogst een weekendvariantje? Met andere woorden: is er misschien een intrinsieke behoefte in een mens om in te delen waar het maar mogelijk is?

 

Identiteit en orde

 

Kiezen hoe je lichaam is: het is een sprookje dat de vraag stelt wat nu eigenlijk essenties zijn van sekse- en genderindeling. En daarachter doemt de vraag op wat de identiteit van een mens is. Wat zou er overblijven van ons identiteitsbesef zonder de m/v-indeling? Wat weet je eerder van een baby dan het geslacht? Ken je iemand als je niet weet of het ‘een man of een vrouw is’? Is het wel mogelijk om over hem?/haar? te praten?

 

In het boek ‘Identiteit – jeugd en crisis’ van Erikson (1968) is te lezen hoe een psychiater van vóór het post-moderne tijdperk tegen jongeren aankijkt. Er heerst seksuele identiteitsverwarring, want: ’van sommige jonge mensen die je op straat ziet lopen, kun je zonder onkies onderzoek niet zeggen of het jongens of meisjes zijn’.  Ach, dacht ik meteen: wat zijn ze inmiddels toch goed terechtgekomen!

Erikson zegt ook zinnige dingen over identiteit. Hij blaast bijvoorbeeld een oude omschrijving van karakter nieuw leven in en stelt dat het hier feitelijk over identiteit gaat: ‘een subjectief gevoel van dezelfde persoon te zijn en van continuďteit, kracht geven’.

 

‘Dezelfde persoon zijn’, en ‘continuďteit’: inderdaad, ieder mens heeft behoefte aan orde en samenhang. Ordeningen hebben we nodig om de buitenwereld te begrijpen en te definiëren, en datzelfde geldt ook voor onszelf: zonder ordening zou er geen bewustzijn kunnen bestaan.

Een klein kind leert aan de hand van de tegenstellingen tussen dag en nacht, honger en tevredenheid, warm en koud, buiten en binnen, wel en niet, goed en fout, en mama en papa. Deze tweedelingen zijn wezenlijk voor het voortbestaan. En hoewel een kind al snel gaat verfijnen, zijn die simpele ordeningen zó lang nuttig, dat ze een beslissende invloed hebben op onze manier van denken en ervaren, op onze manier van zijn. We zijn gebaat bij een overzichtelijke orde.

Daarnaast hebben we het bij het opgroeien nodig om te weten dat wat nu bestaat ook morgen bestaat. Stel je voor dat we blíjven denken dat pappie weg is als hij achter een boom gaat staan! Kennis is tevens kennis van zekerheden: het wiel wordt niet elke dag opnieuw uitgevonden. We zijn gebaat bij een conservatieve orde.

De orde die we de buitenwereld toekennen, kennen we ook onszelf toe. Het is niet alleen ondoenlijk je iedere ochtend te vraag te stellen of datgene wat je ziet ‘echt’ is of ‘hetzelfde als gisteren’, het is even ondoenlijk om je steeds opnieuw af te vragen ‘wie je bent’. 

 

Eenmaal volwassen geworden gaat het dan ook gemakkelijker over uiterlijke, indeelbare zaken, over zichtbare, groepsgerichte tegenstellingen dan over het unieke, het individuele. Het is eenvoudiger om jezelf te benoemen als man, moeder, Nederlander, manager of voetbalfan, dan dat je omschrijft wŕt voor moeder, manager of fan je bent. Daar begint een verfijning waardoor je uitkomt bij heldere omschrijvingen maar tegelijk veel vágere categorieën, niet te labellen voor jezelf of je omgeving: ‘zorgzaam tegenover mijn kinderen, echt een denkhoofd als het gaat om.., grof tegenover mede-weggebruikers maar nooit tegen kassičres, een ontzettende sufkop met geld, gek op de impressionisten met uitzondering van Manet…’  Mensen zeggen dit alles natuurlijk wel van zichzelf, maar het lijkt vaak wel alsof men deze dingen toch minder als ‘de eigen identiteit’ ervaart dan de eerder genoemde grotere en ogenschijnlijk heldere categorieën.

Dit mechanisme vindt op allerlei levensgebieden plaats: zo is het de laatste jaren, bijvoorbeeld, tot in de politieke top gewoon geworden om over ‘de moslims’ te spreken, die vlug-een-beetje ‘onze’ normen en waarden dienen over te nemen.

Kortom: hoewel de mens, zeker in de Westerse wereld, onmogelijk kan overleven met een onbeweeglijk wereld- en zelfbeeld, is zhij toch geneigd van simpele categorieën en groepsgerichte uiterlijkheden uit te gaan. En dus blijft de mens nog steeds gemakkelijk… een kind.

 

Duidelijkheid en macht

 

Terug naar gender. Het is onmogelijk om in dit bestek alle maatschappelijke ontwikkelingen de revue te laten passeren die een rol spelen bij de veranderende gender-opvattingen. Ontwikkelingen die maken dat de duidelijke rolverdeling tussen man en vrouw van enkele decennia geleden op de schop is gegaan. Ik wil me hier daarom richten op het effect op het identiteitsbesef.

Wat zien we? Er zijn weliswaar veel meer mensen dan vroeger die laten blijken dat ze niet uit de voeten kunnen met bijvoorbeeld de beperkingen van een gender-tweedeling, maar dat de rolverdeling veel diffuser is geworden, weerhoudt vrijwel niemand ervan om er voor zichzelf doodsimpele beelden op na te houden. Man dan wel vrouw zijn is zo essentieel dat er duidelijke indelingen móeten zijn. Als de beelden van vroeger niet meer passen dan maken we nieuwe. Het concept man en het concept vrouw moet koste wat het kost gevuld worden.

 

De afgelopen jaren verzamelde ik in mijn omgeving opvattingen over sekse en gender. Gezien alle discussie in de media over verwarring bij man en vrouw, verwachtte ik gestuntel. En ik ging er van uit dat ik genuanceerde opvattingen zou horen, want mijn omgeving is geëmancipeerd en heeft een brede kijk op de wereld. Ze komt heus niet aanzetten met huisvrouwen en stoere mannen. Nu, gestuntel en nuance kwamen meestal pas te voorschijn als ik echt doorvroeg. Ingebed in een gesprek over andere zaken was men heel gemakkelijk over de tweedeling. Voorbeelden? ‘Mannen zijn uiteindelijk jagers.’ ‘In mij komen is een fundamenteel ander gevoel dan in een ander komen.’ ‘Ja, wij voelen dat’ (over vrouwelijke intuďtie). ‘Mannen kunnen pas wat met hun kinderen als ze ermee kunnen praten en stoeien.’ ‘Vrouwen zorgen voor de sfeer in huis.’ ‘Mannen kunnen beter kaartlezen.’

De opvattingen waren van dezelfde ‘indelerigheid’ als die van de rubriek over mannen en vrouwen die jarenlang in het zaterdagse magazine van de Volkskrant te vinden was: vrouwen hangen de wc-rol met de losse kant naar voren, mannen hangen hem met de losse kant tegen de muur.

Met een aan wellust grenzende gretigheid worden complexe vragen versimpeld, spreken mensen over ‘wij’ (wij vrouwen, wij mannen) en dus ook over ‘jullie’, zonder er zelfs maar ‘gemiddeld’ bij te zeggen.

Kortom: simpele gender-indelingen blijken nog steeds in een grote behoefte te voorzien. Nog steeds zijn ze kennelijk nodig om greep te hebben op je omgeving en op jezelf. Duidelijkheid sluit in en sluit uit, geeft macht en biedt zicht op macht… 

 

Kan het anders?

 

De manier van kijken naar de buitenwereld en naar onszelf die we ons ooit eigen hebben gemaakt is de maat der dingen: velen voelen zich prettig in zo’n maatpak, zelfs als het soms een beetje knelt. Zonder kleren krijg je het immers koud en zonder corset gaat het lichaam alle kanten op. Toch veroorzaakt het tegelijkertijd eenzijdigheid, het versterkt onzelfstandig denken, het bevordert het oordelen en veroordelen, het houdt gegroeide (machts-) verhoudingen in stand. 

Ingedeeld zal er altijd worden. En gezien het bestaan van seksen (al kent de natuur heel veel meer variatie dan menigeen denkt) zal het ook wel niet zonder gender gaan. Maar we zouden in elk geval een begin kunnen maken met het fundamenteel betwijfelen van die in de kindertijd zo nuttige vastigheden. (Zijn mannen wel stoer en vrouwen zorgzaam..?) Verfijning en nuance hoeft ons toch niet meer noodlottig te worden? 

Bij iedere steen die we – in onszelf of in de samenleving om ons heen – weten los te wrikken uit het kinderbouwwerk zal er wellicht een klein beetje meer zicht ontstaan op een werkelijkheid die oneindig is in z’n variatie, en onbegrijpelijk - mooi, wreed en fantastisch in z’n complexiteit. Zo zou, met de volwassenwording, de vrije genderkeuze uit het sprookje waarmee dit betoog begon in elk geval een stúkje dichterbij kunnen komen.

 

¨¨¨

 

 

Een eerdere versie van dit essay verscheen in het voorjaar 2001 in het Continuum – onafhankelijk digitaal tijdschrift voor genderdiversiteit en transgender (www.continuum.nl ) en werd herzien voor www.hoogtelijnen.nl

 

 

 

 

 

 

 

Op de hoogte blijven?

De e-nieuwsbrief van Hoogtelijnen verschijnt  ca. 1 x per kwartaal.

Mail naar contact@hoogtelijnen.nl  en vermeld: ‘aanmelden nieuwsbrief hoogtelijnen’.

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl  -   beschouwingen & utopieën  -   contact@hoogtelijnen.nl