Joke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

hoogtelijnen.nl      digitaal magazine over kunst, natuur, mens en politiek      het woord

 

Joke Hermsen, Bergson, Parijs, moi profond, ik en zelf, Lepus Timidus, Marko Fondse, Picasso, Le Baiser, Zadkine, Unica Zürn, Martin Parr,  automaton

 

 

averij & ballestore over het ik en het zelf

 

    

 

brieven over alles (aflevering 1)   -  januari 2007  -   (nieuwe opmaak: 15 11 08)

 

 

Over Averij en Ballestore

 

Je zou ze zielsverwanten kunnen noemen, al zijn Averij en Ballestore denkers die zich dan meteen af zouden vragen of de mens een ziel heeft en of aan het begrip verwantschap wel enige inhoud kan worden gegeven. Objectief vast te stellen is in elk geval, dat ze elkaar al heel lang kennen en dat de briefwisseling die de komende tijd op hoogtelijnen verschijnt beslist niet de eerste van hun leven is.

Volg het spoor van deze twee aan elkaar gewaagde zoekers en dring stap voor stap door in het (inter-)menselijke oerwoud van waarnemingen, associaties en interpretaties.

 

Red. Hoogtelijnen

 

 

Op de hoogte blijven?

 

De e-nieuwsbrief van Hoogtelijnen

verschijnt  plusminus één keer per maand.

 

Mail naar contact@hoogtelijnen.nl

en vermeld:

‘aanmelden nieuwsbrief hoogtelijnen’.

 

 

 

 

 

 

Mijn beste Ballestore,

 

Wat vormde de lezing van Joke Hermsen een mooie begeleiding voor ons weekend in Parijs! Ik weet niet of ik het helemaal goed begrepen heb, maar dit is ongeveer hoe ik het heb onthouden:

Hermsen *) heeft het over de tijd, en vooral over haast en over hoe niets doen heden ten dage morele afkeur en psychologische wanhoop oproept. Dat was niet altijd zo, en dat is ook niet overal zo. Niets doen wordt en werd door veel wijsgeren en kunstenaars juist hogelijk gewaardeerd als mogelijkheid om letterlijk en figuurlijk stil te staan en afstand te nemen. Tijd voor bezinning. Hermsen doorweeft haar betoog met citaten van zulke wijsgeren. Een rode draad lijkt te zijn dat veel van hen een onderscheid maken tussen verschillende soorten van, of maten voor, tijd. Een soort ‘interne’ of ‘ziels’ tijd aan de ene kant, en een lineaire tijd aan de andere, waarbij de eerste verwijst naar de tijd zoals die door en in ons zelf ervaren wordt en de tweede naar de tijdsmeting van klokken en horloges waar we bijna allen aan onderworpen zijn.

Bergson, één van de denkers die Hermsen aanhaalt, verbindt de eerste soort tijd met het bestaan van een dieper ik, een wezenlijk zelf. Als je verliefd bent, bijvoorbeeld, dan ervaar je dit: dan doet de lineaire tijd er plots niet meer toe. De dagen in Parijs leken voor mij op een grappige manier te illustreren hoe dit moi profond van Bergson, verbonden met een dynamisch en pluriform élan vital zich ook kan manifesteren:  dolend door de verschillende kwartieren van Parijs, van museum naar museum. Ondergedompeld rakend en meegesleept door de associaties van kunstenaars, van mensen die hun beroep hebben gemaakt van het ‘betrappen’ van het ‘moi profond’.

 

 

 

           

 

Joke Hermsen (l) en Henri Bergson (r)

 

 

Is het geen inspirerende en troostrijke gedachte dat er (minstens) twee ikken zijn – een ik en een zelf – en dat dit verschil verband houdt met het verschil tussen een lineaire tijd en een ervaren tijd, waarbij de laatste gaat over de tijd als duur die heterogeen is en gekenmerkt wordt door een ondeelbaar vervlieden en voortdurend worden?

Ook een weekend met jou in Parijs biedt dus een ontsnappingsroute aan de terreur van de tijd – en aan de eisen van prestatie en nut, van efficiëntie, en van de race tegen de klok - als een zoen van de schone Prins Duur waarmee hij het meestal slapende prinsesje Moi Profond in elk geval voor even kan doen ontwaken.

 

De ironie wil dat het te kort was. Mijn ‘moi profond’ begon zich net weer te roeren toen ze alweer terug moest naar haar hok om plaats te maken voor de normale alledaagse automaton. De ironie van de Lepus Timidus van Marko Fondse:

 

 

   Lepus Timidus

 

 

   Die altijd wordt gejaagd

   zou die verlegen zijn?

 

   - beeld van de ziel

   die haken slaat

   waar anderen kruisen.

 

   O, haas worden –

   ironie van zielsverhuizing.

 

 

   Marko Fondse

 

 

Treurnis was mijn deel, door de te snelle terugtocht - want het verlangen naar eindeloosheid en tijdloosheid was hartstochtelijk opgeroepen door Parijse indrukken en bewegingen. Alles gewoon laten gebeuren, herinneringen en associaties over elkaar heen laten buitelen, gekleurd en gevoed door Zadkine, Zürn, Picasso en Parr, door gedachtenwisselingen met jou, door toevallig opgevangen flarden van gesprekken. Deukjes in het asfalt gemaakt door een scooter lijken plots een creatie van de achternicht van Zadkine, en de zwervers in hun tentjes onder de overkapping van het Centre Pompidou een performance van nóg een peintre de la vie moderne. Alles wordt een verhaal, een verbeelding, en niet voor de eerste keer dient het het besef zich aan dat waarheden en schoonheden zich niet laten betrappen via geplaveide en reeds uitgestippelde – of plaveibare en uitstippelbare – wegen, maar onverhoeds opduiken als je even niet oplet. Door te tuimelen en te vallen, door zijstraten in te slaan en te verdwalen kom je dichter bij het ware leven dan door een rechtstreeks verslag of een directe getuigenis.

 

En zo vind ik me terug achter mijn computer, bedrijver van wetenschap en producent van waarheid volgens vaststaande en verifieerbare methodes. Picasso zingt nog door mijn lijf, en de monsters van Zürn echoën na in de angstkrampen van mijn darmen.

 

Ze bestaan wel degelijk allebei, mijn ik en mijn zelf – het ‘moi profond’ en het alledaagse automaton, een lineaire tijd en een tijd als duur.

 

 

 

          

 

Ossip Zadkine en het ‘monument voor een verwoeste stad‘ (Rotterdam, 1953)

 

 

Een paar jaar geleden maakte ik een ander onderscheid – en ik vraag me nu af of er een link is.... Ik dacht na over een behoefte die ik kan voelen dat het verhaal reeds verteld is, dat alles bekend en daarmee voorspelbaar is, en dat alles gaat volgens een wellicht onzichtbaar maar wel reeds vastliggend en al bedacht stramien of patroon. Geen verrassingen of teleurstellingen. Slechts in de marge is er de mogelijkheid voor het onverwachte, dat bestaat uit de herschikking en hernoeming van het reeds vaststaande en bekende, en erop voortborduurt in de fantasie en met kwistig gebruik van de verbeelding – net zolang tot het onafwendbare lot schoonheid is geworden; een intern kloppend en consistent systeem waar weliswaar in essentie niet aan te tornen valt, maar dat wel op vele manieren ervaren en beleefd kan worden afhankelijk van het perspectief en de creativiteit – en wellicht ook het geduld en doorzettingsvermogen – van degene die beleeft.

 

De natuurlijke tegenhanger van die behoefte is mijn ervaring dat weinig tot niets voorspelbaar of planbaar is, dat alles chaos is en toeval – en aan die ervaring is juist ook een neiging gekoppeld om dan maar niets meer te plannen. Geen plannen betekent ook geen verlangens, geen dromen en geen ambities en dus ook geen teleurstellingen of afwijzingen. Slechts hele kleine afspraakjes en hele korte termijn plannetjes, hele concrete en laffe ambities, geen agenda’s en geen plattegronden.

En deze neiging wordt gevoed door een soort sterk en diep buiten het hoofd-om weten en voelen hoe het zal gaan en wat er zal gaan gebeuren. Een soort intuïtie die het besef van ‘het onkenbare’ verbindt met de afkeer van het maken van plannen, omdat de intuïtie op een basaal niveau de contouren van het grote plan blootlegt – en daarmee eigenlijk lijkt te zeggen dat het dagelijks gespartel en getrappel er weinig toe doet. (Wellicht uiteindelijk toch slechts een ‘ik schik me in mijn lot houding’ als slecht verhulde angst om niet te krijgen wat ik juist graag wil krijgen...?)

 

Doe me een mojito, Ballestoor, je hebt immers alle ingrediënten in huis? En laten we dolen, zwerven, dwalen. In elk geval in onze brieven aan elkaar – zodat we op die manier de tijd soms kunnen laten duren en zelfs terugdraaien of laten stilstaan, zodat we kunnen haperen en stotteren en keer op keer onszelf kunnen vergewissen van ons andere ik.

 

Als altijd, je Averij

 

 

*)  http://www.isvw.nl/documents/TijdenHerinnering.pdf

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lieve Averij,

 

Dank voor je schrijven. Het was goed in Parijs, laat ik daar mee beginnen. Maar je associaties halen wellicht jezelf in. Als het een ontsnappingsroute was aan de terreur van de tijd waarom het dan niet eerst eens rustig beschrijven? Lezers zijn lui. Jij weet als geen ander dat je je publiek aan de hand mee moet nemen. Niet uit arrogantie maar uit respect. Het moi profond, eenmaal ontwaakt dient zich uit en te na te omschrijven anders gaat er zoveel waars en schoons verloren. Moeten we niet eerst Unica Zürn beschrijven, of althans proberen wat wij over haar en haar kunst denken (niet vinden, dat is arrogantie) onder woorden te brengen - of in beelden of kleuren of geuren?

 

 

 

 

Unica Zürn

 

 

Juist zij met haar kunst van droedels leek ons zo gekweld, wellicht door haar haast om zich uit te drukken. Misschien dat haar inkttekeningen wellicht voor haar de enige manier was om haar gedachten en haar haast te duiden, om haar moi profond te laten zien. Een andere weg was er voor haar niet en die bleek ook niet voldoende. Ja, het is inspirerend om te ontdekken dat er twee ikken zijn, maar of dat ook troostrijk is vraag ik me af.

 

Kunstenaars hebben we gezien. Beeldend of talig, weet je nog? Unica Zürn met haar haast psychedelische tekeningen op de grens tussen grafiek, beeldende kunst en taal. Stonden bij haar meer kleppen open in haar hoofd dan goed voor haar was? Had Zadkine andere kleppen open of kon hij ze reguleren? Wilde hij uitdrukken wat hij wilde? Kracht, eenvoud, was er een verschil in zijn ik en zijn zelf? En was dat bij Picasso ook zo? Of was hij juist iemand die enkel zijn ik en zelf wilde uitdrukken? Zijn schilderij ‘Le baiser’: is dat een vertaling van echte liefde of van amandel-hockey? En

 

 

 

 

Picasso: Le baiser

 

 

dus cynisch? Is echte liefde cynisch bij uitstek of is cynisme liefde bij uitstek? Idem bij de foto’s van Martin Parr. Idem bij de zwervers die we door het raam van het Centre Pompidou door de ramen zagen. Is de werkelijkheid of de vertaling ervan cynisme? Of liefde?

 

De deukjes in het asfalt van de scooter zijn werkelijkheid, of is het mooier? Als je ze omschrijft? Fotografeert of er een afgietsel van maakt? Zijn die deukjes romantiek omdat het iets laat zien van wederkerigheid, van passie of herhaling? De scooterrijder die telkens terugkomt naar de plek met de deukjes in het asfalt en er en passent nieuwe bijmaakt, omdat zijn huis er in de buurt is of zijn grote liefde? Of is het sleur? Het was voor een café-tabac tenslotte. Misschien gaat het om een verstokte rookster. Misschien laten waarheden en schoonheden zich juist wel betrappen via geplaveide en reeds uitgestippelde wegen, via herhaalde deukjes van een parkerende scooter. Mischien moeten we waarheid en schoonheid niet zoeken waar het zou kunnen zijn maar gewoon waar het is. Die verbeeldingskracht is misschien juist wel veel lastiger en dichter bij huis. Als je dan de kleppen van je moi profond niet enigszins kunt regelen of dicht kunt zetten, is er ineens wel erg veel schoonheid en waarheid. Om gek van te worden. Zo waanzinnig om van het balkon te springen? Kan dat? Ja dat kan, vrees ik.

 

Dus enige rust is wel op zijn plaats om de haast aan te kunnen en ook je te kunnen voorbereiden op die zeer mooie maar gekmakende werkelijkheid. Want hebben we daar juist niet de haast voor uitgevonden en gekoesterd, om die werkelijkheid niet te hoeven doorgronden, om niet gek te hoeven worden?

 

Zie hieronder maar een voorbeeld van Parr. Een doodgewone werkelijkheid, erg mooi gefotografeerd maar dat betekent ook meteen dat alles wat je ziet eigenlijk net zo mooi is - en dat is een zorgwekkend of zelfs gekmakend idee. Je kunt dan beter je zintuigen afsluiten of als een kluizenaar in een hutje gaan zitten. Doen we dat niet al? Zijn we daar niet al mee bezig? Mijn naam is niet voor niets Ballestore. Open en dicht naar believen en het schermt nooit helemaal af. Er valt altijd wat licht uit die dagelijkse mooie werkelijkheid door naar binnen.

 

Je Ballestore

 

 

 

 

Parr: New Brighton

 

 

 

 

 

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl  -   beschouwingen & utopieën  -   contact@hoogtelijnen.nl

 

 

 

 

 

</div