Deugd en ondeugd van Plato tot Ola

 

Over de wording van de Zeven Hoofdzonden

 

 

 

 

Anne Lever                                                  

 

 

 

 

 

 

Lezing, gehouden ter gelegenheid van het festival der ondeugden op 7 september 2003 in Fort Blauwkapel, Utrecht.

Bewerkt voor www.hoogtelijnen.nl : augustus 2004.

 

 

 

 

 

Het feit dat ik stil zal staan bij de gedachtevorming over zonden als luiheid, ijdelheid, vraatzucht en lust, zal dit verhaal vanzelf tot een verhaal maken waar het moralisme vanaf druipt. Of je een zonde nu een hoofdzonde noemt of een ondeugd, een pittige term blijft het in een tijd waarin de roep om normen en waarden het niveau van kreten over ‘wij’ en ‘zij’ maar ternauwernood overstijgt. De christelijke waarden die sommigen zo graag in de Europese grondwet wilden zien genoemd, zijn misschien goed voor huiskamer en mantelzorg, maar verder gaan we ons volgens regering en grote partijen toch vooral redden met het rentmeesterschap van de markt.

In het verleden was de toon anders, al zullen bijvoorbeeld ook de machtige pausen die eeuwenlang over deugd en ondeugd oreerden, in de praktijk het belang van ‘de markt’ niet vergeten hebben.

Over die tonen van lang geleden gaat het in dit betoog. En in het bijzonder over de ontwikkeling van het idee van de Zeven Hoofdzonden. Omdat dit concept een product is van het Grieks – joods – christelijke denken, zullen m.n. vier sleutelfiguren uit deze tradities aan het woord zijn over deugd en ondeugd: een filosoof, een profeet, een paus, en een dichter.

 

 

 

 

 

1. Plato

 

De oude Griekse wijsgeren dachten zich suf over de vraag wat het goede is en wat het kwade. Zo zette Aristoteles in de Ethica al deugden en ondeugden tegenover elkaar. In dit verhaal zoom ik in op Plato, vooral omdat later de katholieke kerk dankbaar gebruik maakte van zijn gedachten over de deugd.

 

 

 

 

Plato hield zich intensief bezig met de vraag ‘hoe te leven’. Morele kwesties! Deugden, zoals

de deugd der rechtvaardigheid, nodig om een staat te besturen. Om jullie in een paar woorden een beeld te geven van Plato’s gedachten over de óndeugd,  zal ik een stukje voorlezen uit één van zijn belangrijkste werken, de Politeia...

 

Na een schitterend betoog over leiderschap dat ontaart in dictatuur, komt Plato te spreken over ‘de immorele begeerten’:

 

 

Kijk. Ik zou graag het volgende vaststellen. Bij de niet-elementaire genots-ervaringen en behoeften horen naar mijn idee ook bepaalde immorele begeerten die ieder mens in aanleg lijkt te hebben, maar die in bedwang worden gehouden door wet en normen en door de betere begeerten met behulp van het verstand.

... Ik bedoel de begeerten die ’s nachts wakker worden, wanneer de rest van de psyche, het rationele, zachtaardige deel dat de begeerte regeert, slaapt   ,    en wanneer het wilde, dierlijke element, gevuld met voedsel of sterke drank, tekeer gaat,  en op weg gaat om zich uit te leven.

Je weet, op zo’n moment is het tot alles in staat, volledig ontdaan als het dan is van schaamtegevoel en redelijk vermogen. Het schrikt bijvoorbeeld in zijn fantasie helemaal niet terug voor een poging tot seksueel contact, niet alleen met de eigen moeder, maar met elk willekeurig ander mens, god of dier. Het ziet niet op tegen de meest zondige moord en onthoudt zich van geen enkel voedsel. In één woord: geen enkele dwaasheid of perversiteit blijft tijdens de slaap achterwege.

   Wanneer je nu een gezond gestel bezit en jezelf in de hand hebt, zorg je, voordat je gaat slapen, dat je het rationele element in jezelf hebt wakker gemaakt en op degelijke intellectuele bezigheden hebt getracteerd, zodat je tot bezinning bent gekomen.

... Op dezelfde manier moet je ook je wils-element kalmeren en niet in opgewonden toestand inslapen doordat je je op iemand kwaad hebt gemaakt.

... Je weet dat je onder die omstandigheden niet alleen het dichtst de waarheid benadert, maar dat ook de beelden die in je droom verschijnen in dat geval het minst immoreel zijn. Nu, dat was even een uitweiding. Wat we willen vaststellen is in elk geval dat er blijkbaar in ieder mens een of ander verschrikkelijk, wild en zedeloos begeren huist, ook al maken sommigen van ons een heel beheerste indruk, en dat die begeerten zich blijkbaar manifesteren in dromen.

 

Dit alles schrijft Plato  2400 jaar geleden!

We maken een sprong.

 

 

 

 

 

2. Jezus

 

 

 

 

 

De bergrede, Rosselli (Sixtijnse Kapel, Rome)

 

 

 

 

Later zal dit het jaar 30 van onze jaartelling worden. Jezus besluit om zijn mond open te doen in het door de Romeinen bezette Palestina. Hij is een profeet en dus per definitie een moralist. Ook bij hem is de vraag essentieel hoe je dient te leven. En het is niet mis wat hij beweert.

Over ijdelheid, bijvoorbeeld, zegt Jezus: let erop, dat je niet goed doet met als doel dat het door anderen wordt opgemerkt.

Over hebzucht en rijkdom zegt hij: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te kruipen, dan het is voor een rijke om in de hemel te komen. 

En over het veroordelen van anderen: oordeel niet, want je zult op dezelfde manier beoordeeld worden. En ook: je ziet gemakkelijk de splinter in het oog van een ander, maar de balk in je eigen oog zie je niet. Begin er maar mee die balk uit je eigen oog te prutsen.

Over kwade overleggingen, hoererij, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog, godslastering, overmoed, onverstand... zegt hij: als dat naar buiten komt, maakt het de mens onrein.

De verwantschap met de Griek Plato, al 400 jaar dood, is bij dit laatste duidelijk: er sluimert van alles in ons en het kan er zomaar uitkomen.

 

Bergrede

 

Jezus hield zich overigens minstens zoveel met de deugd bezig als met de ondeugd. De deugden komen bijvoorbeeld heel pregnant  aan de orde in een van zijn beroemdste redevoeringen, later de Bergrede genoemd.

Eeuwen eerder kreeg Mozes de tien geboden door zijn God ook aangereikt op een berg. Onder andere:

Gij zult niet doodslaan

Gij zult niet echtbreken

Gij zult niet stelen

Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste

Gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

Jezus zet deze geboden, feitelijk včrboden, om in iets nieuws. Misschien kennen veel mensen de inhoud van het centrale deel van de Bergrede niet, maar een paar andere stukjes uit zijn toespraak zijn algemeen onderdeel geworden van onze taal. Je moet je licht niet onder de korenmaat steken,  bijvoorbeeld.

 

De bergrede is een lofrede op: de armen van geest, zij die treuren, de zachtmoedigen, zij die snakken naar gerechtigheid, de barmhartigen, de reinen van hart, de vredesstichters en de vervolgden om der gerechtigheid wil. Hen wordt een perspectief geboden. De bergrede is als een positief van de ondeugden. De bergrede is een festival der deugden.

 

 

 

De bergrede

 

 

Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der Hemelen,

Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden,

Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven,

Zalig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden,

Zalig de reinen van hart, want zij zullen god zien.

Zalig de vredesstichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden,

Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen

Zalig zijt gij, wanneer men u smaadt en vervolgt en liegende allerlei kwaad van u spreekt, om mijnentwil.  

 

Mattheüs 5 vers 1-12

 

 

 

 

 

 

 

3. Gregorius en zijn navolgers

 

We snellen door de tijd. Want nu zijn we al in de Middeleeuwen aangekomen.

 

In de katholieke kerk ontwikkelde zich de gedachtevorming over datgene wat goed is en wat fout voortdurend. Zo ontstond er in de loop van de tijd de leerstelling dat er zeven belangrijke deugden bestaan. Drie ervan zijn afkomstig uit de Bijbel: Geloof, Hoop en Liefde. En vier zijn ontleend aan...  Plato: Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Kracht en Matigheid.

 

 

 

 

Evelyn Paul, The Four Virtues, begin 20ste eeuw. Paul maakte ook een serie schilderijen over Dante (en Beatrice).

 

Tot ver in de Renaissance worden deze zeven deugden bijvoorbeeld allegorisch afgebeeld, vaak als vrouwenfiguren. En ook daarna worden de vrouwelijke deugden op allerlei manieren bezongen.

 

Gregorius: zeven ondeugden

 

Gregorius de Grote, de eerste van vele pausen met de naam Gregorius (aan hem dankt ook het gregoriaans z’n naam), formuleerde in de zesde eeuw voor het eerst de zeven hoofdzonden zoals we die nu kennen. Hij vertelt ons dat er grote ellende voortkomt uit:

 

1. Avaritia:               Gierigheid (hebzucht)

2. Ira:                      Gramschap (drift, woede),

3. Gula:                   Gulzigheid (onmatigheid, vraatzucht)

4. Superbia:             Hovaardigheid (ijdelheid),

5. Invidia:                 Nijd (jaloezie, afgunst),

6. Luxuria:                Onkuisheid (wellust),

7. Neerslachtigheid – later zal voor deze laatste in de plaatsTraagheid (luiheid) komen.

 

 

In de eeuwen die volgden, is er stevig op de zeven hoofdzonden voortgeborduurd en ze hadden een enorme doorwerking. Overal vind je ze terug: van het schilderij van Jeroen Bosch dat in de slaapkamer van Filips II hing (zie afbeelding aan het begin van dit verhaal), tot aan de Canterbury Tales (het deel ‘Tale of the Parson’ is voor de helft aan een bespreking van de hoofdzonden gewijd).

 

Parallel aan het denken over deze zonden loopt de gedachtevorming over het bestaan van één of ander voorportaal van hel of paradijs. Ik moet dat hier alvast even vertellen, omdat de ideeën over dit voorportaal, het vagevuur, uiteindelijk door Dante zullen (definitief) worden gekoppeld aan de opvattingen over de zeven hoofdzonden. Dante’s kijk op het vagevuur zal daarna maatgevend zijn. Hij komt zodadelijk aan bod.

Overigens is er al in allerlei godsdiensten op een of andere manier sprake van een zuiverend vuur. En hoewel het in de klassieke oudheid een marginale plaats inneemt, heeft ook Plato het toch over: een periode waarin de slechten tussen twee levens in worden gepijnigd met verschrikkelijke dromen.

Veel later, bij de reformatie, de afsplitsing van grote groepen van de katholieke kerk, zal door deze protestanten het vagevuur als bijgeloof worden afgezworen. Zij lezen uit de bijbel dat het alles of niets is: hemel of hel. Een citaat van Jezus: (Mattheus 18): Indien uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, hak hem af en gooi hem weg. Het is beter voor u verminkt of kreupel door het leven te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwig vuur geworpen te worden. Geen tijdelijk ongemak dus, maar de hel!

 

Vincent de Beauvais

 

Een echte autoriteit op het gebied van de hoofdzonden wordt Thomas van Aquino, die midden dertiende eeuw, dus zeven eeuwen na Gregorius, veel literatuuronderzoek doet en een systematisch overzicht geeft van de hoofdzonden, waarbij hij ‘bewijst’ dat het: a. ook echt allemaal doodzonden zijn en dat het er b. precies zeven zijn. 

Een tijdgenoot van Thomas van Aquino, Vincent de Beauvais, geeft in zijn Speculum Historiale een overzicht van de zonden en hun onderlinge relatie. Een prachtig verhaal, vooral omdat hij stelt dat uit de ene zonde de andere voortkomt. Van het een komt het ander, dus. Ik zal een stukje voorlezen:

 

 

 

van de website:

http://www.educ.fc.ul.pt/hyper/enciclopedia/-paginas/vbeauvais.htm

 

Van de zeven hoofdzonden is, schrijft Beauvais, Trots de wortel.

Uit Trots ontspruit IJdelheid. De trotse mens wil namelijk door allen worden geprezen, zodat hij door allen kan worden gerespecteerd.

Dat leidt tot Jaloersheid, omdat men zelf lof begeert en men anderen dezelfde lof misgunt.

Dat leidt tot Woede omdat de geest door andermans geluk wordt gekweld en het geestesoog door deze toestand van Woede in verwarring wordt gebracht.

Dat leidt dan tot Traagheid omdat de geest in opperste verwarring is geraakt en van al het goede walgt.

Uit Traagheid komt Vrekkigheid voort omdat de verwarde en bedrukte geest geen innerlijke vertroosting meer ervaart en vertroosting

 

in aardse zaken buiten zichzelf zoekt in de vorm van Vrekkigheid. 

Op Vrekkigheid volgt Gulzigheid, omdat Gulzigheid consumeert wat Vrekkigheid bij elkaar schraapt. Vandaar dat de rijken, die zich dagelijks aan eetfestijnen te buiten gaan, gulzig plegen te zijn.

Gulzigheid leidt tot Lust omdat de buik en de geslachtsdelen dicht bij elkaar liggen en de onderlinge nabijheid van deze organen tot een verbinding van zonden leidt.

Uit deze onderling verbonden zonden wordt voor de zondaar als het ware een keten gesmeed, die hem bindt en naar de hel trekt.

 

Zo, vanaf dat moment weten we dat lust bovenaan de piramide van zonden staat.

 

 

 

4. Dante                    

 

Nu zijn we bijna aan het eind van de Middeleeuwen gekomen. De dichter Dante werd in 1265 geboren in Florence. Als belangrijkste gebeurtenis van zijn jeugd zag hij de ontmoeting, toen hij tien was, met een meisje van negen: Beatrice. Ze zijn niet met elkaar getrouwd en ze stierf jong. Zij is voor hem de ideale vrouwenfiguur geworden, die hij in de trant van de dichters van zijn tijd vereerde en bezong. In het enorme gedicht de Divina Commedia is zij het zinnebeeld van liefde en wijsheid.

In deze ‘Goddelijke Komedie’ maakt Dante rond Pasen 1300 een denkbeeldige reis door het hiernamaals: door de hel, het vagevuur en het paradijs. (Dante schreef de komedie overigens in de jaren na 1311.) Onderweg komt hij talloze bekende personen tegen uit zijn eigen tijd en uit de geschiedenis. Met dit verhaal is het Dante die de zeven hoofdzonden en het vagevuur voor de eeuwen die volgen aan elkaar verbindt.

 

De drie delen van het verhaal beschrijft hij in telkens 33 canti (zangen).

In de eerste zang is Dante verdwaald in een donker woud en terwijl hij wanhopig naar hulp uitziet, ontmoet hij daar de latijnse dichter Vergilius. Samen met Vergilius verlaat hij het aardoppervlak en ze dalen af naar de hel, die voorgesteld wordt als een systeem van concentrische, zich steeds verder vernauwende kringen, een soort geringde trechter, die tenslotte in het midden van de aarde eindigt. Daar zit Lucifer – in het ijs, met zijn hoofd naar ons halfrond toe en met zijn voeten naar het zuidelijk halfrond.

 

 

 

 

 

De Hel, Danny Devos (Fort Asperen, 1999,  http://www.clubmoral.com/ddv/hel/ )

 

 

 

 

Hier vinden Vergilius en Dante, na in de hel allerlei afschuwelijks gezien te hebben, een weg langs het middelpunt van de aarde. Ze stijgen dan weer op naar het zuidelijk halfrond. Ze bereiken een eiland, waar zich een hoge berg verheft, de louteringsberg van het vagevuur waar de zielen die in staat van genade zijn gestorven maar hun aardse schulden nog niet hebben uitgeboet, geleidelijk gelouterd worden en opstijgen naar de hemelse zaligheid. Hier begint deel twee van het verhaal.

 

 

 

 

 

Purgatorio van Janet Cardiff & George Bures Miller (Fort Asperen, 1999)  foto: Brigitte van der Sande.

 

 

 

Een groot deel van het Purgatorio, het Vagevuur is gereserveerd voor de zeven hoofd- of doodzonden. Wanneer kom je in het Vagevuur? Het toen gangbare idee was, dat elk van de zeven hoofdzonden aan de basis stond van meer specifieke zonden, die soms zwaarder waren dan degene waar ze uit ontsproten waren. Blijft bijvoorbeeld je gedrag beperkt tot een doodzonde als Woede, dan kom je in het vagevuur. Is het gevolg van die woede dat het leidt tot zwaardere zonden zoals moord of verraad, dan wordt het toch echt voor eeuwig de hel.  

 

De louteringsberg is in Dantes verbeelding een soort tegenbeeld van de trechtervormige hel: het heeft langs zijn flanken steeds nauwer wordende gaanderijen. Iedere gaanderij symboliseert een van de zeven hoofdzonden, en de gestorven zielen verblijven kortere of langere tijd op de gaanderij van ‘hun zonde’, om het maar zo te zeggen.

De volgorde is dezelfde als in het betoog van Vincent Beauvais – zo’n 200 jaar eerder, dus van beneden naar boven: trots, afgunst, woede, luiheid, hebzucht, vraatzucht, wellust.

 

Dante ziet schimmen in allerlei echt heel erg vervelende situaties, en praat soms met hen. Hij herkent ook velen en wordt herkend. Regelmatig wordt door de mensenmassa Gregoriaanse gezangen aangeheven, en ook citeert men uit de bergrede van Jezus.

Op de top van de louteringsberg bevindt zich het paradijs. Hier (het laatste deel van het verhaal begint) moet Vergilius achterblijven, want de arme schat leefde net te vroeg om christen te kunnen zijn. Maar Beatrice verschijnt en samen met haar stijgt Dante nu op naar het paradijs. 

 

 

 

 

 

Paradijs, Moniek Toebosch (Fort Asperen, 1999)

 

 

zie ook www.hoogtelijnen.nl -> fotografie -> schakels: ‘foto’s uit het paradijs’

 

 

 

 

 

Epiloog

 

Tot slot kijken we nog even naar het jaar dat het vrolijke festival der ondeugden, de aanleiding voor dit artikel, werd gehouden: het jaar 2003. Hoe was het in Nederland met de hoofdzonden gesteld? Wat resteerde van al die heilige gedachten en opvattingen, eeuw na eeuw besproken en aan onderdanig of opstandig volk opgelegd?

In de inleiding werd al iets gezegd over het allesbepalende belang dat de grote politieke partijen in dit land hechten aan marktwerking. En het moet gezegd: het resultaat in 2003 was schitterend. Want zou er voor zowel autochtoon als allochtoon iets mooiers denkbaar kunnen zijn dan een razendsnelle en verkoelende inburgering door middel van het aankopen en oplikken van de normen en waarden van onze ijsmaker Ola?

 

Vanaf week 8 draaide alles in Nederland om Lust (roomijs omhuld met chocolade met aardbeiensmaak) en om Luiheid: vanille-ijs met karamelsaus, omhuld met melkchocolade en pindanootjes.

Vanaf week 18 likten we aan de Hebzucht (tiramisů-ijs met koffiesaus, omhuld met melkchocolade en brokjes hazelnoot, amaretti, meringue en wafels) en aan de Vraatzucht (chocolade-ijs, omhuld met melkchocolade en witte chocolade).

Het hield niet op. In week 28 volgden de Jaloezie (pistache-ijs, omhuld met melkchocolade pistachenootjes) en de Wraakzucht (vanille-ijs met rode vruchtensaus, omhuld met pure chocolade).

In week 33 kwam dan ook nog de IJdelheid op de markt, in de vorm van vanille-ijs met champagne-saus, omhuld met witte chocolade en suikerballetjes.

Het jaar was rond en vol. Dit was het einde.

 

 

¨¨¨

 

 

© anne lever

 

 

 

 

 

www.hoogtelijnen.nl   -  beschouwingen en utopieën  -  contact@hoogtelijnen.nl