|
Deugd en ondeugd
van Plato tot Ola
Over de wording van de Zeven Hoofdzonden
Anne Lever
|
||||||
|
|
||||||
|
Het feit dat ik stil zal staan bij de
gedachtevorming over zonden als luiheid, ijdelheid, vraatzucht en lust, zal
dit verhaal vanzelf tot een verhaal maken waar het moralisme vanaf druipt. Of
je een zonde nu een hoofdzonde noemt of een ondeugd, een pittige term blijft
het in een tijd waarin de roep om normen en waarden het niveau van
kreten over ‘wij’ en ‘zij’ maar ternauwernood overstijgt. De christelijke
waarden die sommigen zo graag in de Europese grondwet wilden zien genoemd,
zijn misschien goed voor huiskamer en mantelzorg, maar verder gaan we ons
volgens regering en grote partijen toch vooral redden met het
rentmeesterschap van de markt. In het verleden was de toon anders, al zullen
bijvoorbeeld ook de machtige pausen die eeuwenlang over deugd en ondeugd oreerden,
in de praktijk het belang van ‘de markt’ niet vergeten hebben. Over die tonen van lang geleden gaat het in dit
betoog. En in het bijzonder over de ontwikkeling van het idee van de Zeven
Hoofdzonden. Omdat dit concept een product is van het Grieks – joods –
christelijke denken, zullen m.n. vier sleutelfiguren uit deze tradities aan
het woord zijn over deugd en ondeugd: een filosoof, een profeet, een paus, en
een dichter. |
||||||
|
|
||||||
|
1. Plato
De oude Griekse wijsgeren dachten zich suf over de vraag wat het goede
is en wat het kwade. Zo zette Aristoteles in de Ethica al deugden en
ondeugden tegenover elkaar. In dit verhaal zoom ik in op Plato, vooral omdat
later de katholieke kerk dankbaar gebruik maakte van zijn gedachten over de
deugd. |
||||||
|
|
Plato hield zich intensief bezig met de vraag ‘hoe
te leven’. Morele kwesties! Deugden, zoals de deugd der rechtvaardigheid, nodig om een staat te
besturen. Om jullie in een paar woorden een beeld te geven van Plato’s
gedachten over de óndeugd, zal ik een stukje voorlezen uit één van
zijn belangrijkste werken, de Politeia... Na een schitterend betoog over leiderschap dat ontaart in dictatuur,
komt Plato te spreken over ‘de immorele begeerten’: |
|||||
|
Kijk. Ik zou graag het volgende vaststellen. Bij de
niet-elementaire genots-ervaringen en behoeften horen naar mijn idee ook
bepaalde immorele begeerten die ieder mens in aanleg lijkt te hebben, maar
die in bedwang worden gehouden door wet en normen en door de betere begeerten
met behulp van het verstand. ... Ik bedoel de begeerten die ’s nachts wakker
worden, wanneer de rest van de psyche, het rationele, zachtaardige deel dat
de begeerte regeert, slaapt , en wanneer het wilde, dierlijke element,
gevuld met voedsel of sterke drank, tekeer gaat, en op weg gaat om zich uit te leven. Je weet, op zo’n moment is het tot alles in staat, volledig ontdaan als het dan is van schaamtegevoel en redelijk vermogen. Het schrikt bijvoorbeeld in zijn fantasie helemaal niet terug voor een poging tot seksueel contact, niet alleen met de eigen moeder, maar met elk willekeurig ander mens, god of dier. Het ziet niet op tegen de meest zondige moord en onthoudt zich van geen enkel voedsel. In één woord: geen enkele dwaasheid of perversiteit blijft tijdens de slaap achterwege. Wanneer je nu een gezond
gestel bezit en jezelf in de hand hebt, zorg je, voordat je gaat slapen, dat
je het rationele element in jezelf hebt wakker gemaakt en op degelijke
intellectuele bezigheden hebt getracteerd, zodat je tot bezinning bent
gekomen. ... Op dezelfde manier moet je ook je wils-element kalmeren en niet in
opgewonden toestand inslapen doordat je je op iemand kwaad hebt gemaakt. ... Je weet dat je onder die omstandigheden niet
alleen het dichtst de waarheid benadert, maar dat ook de beelden die in je
droom verschijnen in dat geval het minst immoreel zijn. Nu, dat was even een
uitweiding. Wat we willen vaststellen is in elk geval dat er blijkbaar in
ieder mens een of ander verschrikkelijk, wild en zedeloos begeren huist, ook
al maken sommigen van ons een heel beheerste indruk, en dat die begeerten
zich blijkbaar manifesteren in dromen. Dit alles schrijft Plato 2400
jaar geleden! We maken een sprong. |
||||||
|
|
||||||
|
2. Jezus
Later zal dit het jaar 30 van onze jaartelling
worden. Jezus besluit om zijn mond open te doen in het door de Romeinen
bezette Palestina. Hij is een profeet en dus per definitie een moralist. Ook
bij hem is de vraag essentieel hoe je dient te leven. En het is niet mis wat
hij beweert. Over ijdelheid, bijvoorbeeld, zegt Jezus: let erop, dat je niet goed doet met als
doel dat het door anderen wordt opgemerkt. Over hebzucht en rijkdom zegt hij: het is gemakkelijker voor een kameel om
door het oog van een naald te kruipen, dan het is voor een rijke om in de
hemel te komen. En over het veroordelen van anderen: oordeel niet, want je zult op dezelfde
manier beoordeeld worden. En ook: je
ziet gemakkelijk de splinter in het oog van een ander, maar de balk in je
eigen oog zie je niet. Begin er maar mee die balk uit je eigen oog te
prutsen. Over kwade overleggingen, hoererij, diefstal,
moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos oog,
godslastering, overmoed, onverstand... zegt hij: als dat naar buiten
komt, maakt het de mens onrein. De verwantschap met de Griek Plato, al 400 jaar
dood, is bij dit laatste duidelijk: er sluimert van alles in ons en het kan
er zomaar uitkomen. Bergrede Jezus hield zich overigens minstens zoveel met de deugd bezig als met
de ondeugd. De deugden komen bijvoorbeeld heel pregnant aan de orde in een van zijn beroemdste
redevoeringen, later de Bergrede genoemd. Eeuwen eerder kreeg Mozes de tien geboden door zijn God ook aangereikt
op een berg. Onder andere: Gij zult niet doodslaan Gij zult niet echtbreken Gij zult niet stelen Gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste Gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn
dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch
iets dat van uw naaste is. Jezus zet deze geboden, feitelijk vèrboden, om in iets nieuws.
Misschien kennen veel mensen de inhoud van het centrale deel van de Bergrede
niet, maar een paar andere stukjes uit zijn toespraak zijn algemeen onderdeel
geworden van onze taal. Je moet je licht niet onder de korenmaat steken, bijvoorbeeld. De bergrede is een lofrede op: de armen van geest, zij die treuren, de
zachtmoedigen, zij die snakken naar gerechtigheid, de barmhartigen, de reinen
van hart, de vredesstichters en de vervolgden om der gerechtigheid wil.
Hen wordt een perspectief geboden. De bergrede is als een positief van
de ondeugden. De bergrede is een festival der deugden.
|
||||||
|
|
||||||
|
3.
Gregorius en zijn navolgers We snellen door de tijd. Want nu zijn we al in de Middeleeuwen
aangekomen. In de katholieke kerk ontwikkelde zich de gedachtevorming over datgene
wat goed is en wat fout voortdurend. Zo ontstond er in de loop van de tijd de
leerstelling dat er zeven belangrijke deugden bestaan. Drie ervan zijn
afkomstig uit de Bijbel: Geloof, Hoop en Liefde. En vier zijn ontleend
aan... Plato: Voorzichtigheid,
Rechtvaardigheid, Kracht en Matigheid. |
Evelyn Paul, The Four Virtues, begin 20ste
eeuw. Paul maakte ook een serie schilderijen over Dante (en
Beatrice). |
|||||
|
Tot ver in de Renaissance worden deze zeven deugden bijvoorbeeld
allegorisch afgebeeld, vaak als vrouwenfiguren. En ook daarna worden de
vrouwelijke deugden op allerlei manieren bezongen. Gregorius: zeven
ondeugden Gregorius de Grote, de eerste van vele pausen met de naam Gregorius
(aan hem dankt ook het gregoriaans z’n naam), formuleerde in de zesde eeuw
voor het eerst de zeven hoofdzonden zoals we die nu kennen. Hij
vertelt ons dat er grote ellende voortkomt uit: 1. Avaritia: Gierigheid
(hebzucht) 2. Ira: Gramschap
(drift, woede), 3. Gula: Gulzigheid
(onmatigheid, vraatzucht) 4. Superbia: Hovaardigheid
(ijdelheid), 5. Invidia: Nijd
(jaloezie, afgunst), 6. Luxuria: Onkuisheid
(wellust), 7. Neerslachtigheid – later zal voor deze laatste in de plaatsTraagheid
(luiheid) komen. In de eeuwen die volgden, is er stevig op de zeven hoofdzonden
voortgeborduurd en ze hadden een enorme doorwerking. Overal vind je ze terug:
van het schilderij van Jeroen Bosch dat in de slaapkamer van Filips II hing
(zie afbeelding aan het begin van dit verhaal), tot aan de Canterbury Tales
(het deel ‘Tale of the Parson’ is voor de helft aan een bespreking van de
hoofdzonden gewijd). Parallel aan het denken over deze zonden loopt de
gedachtevorming over het bestaan van één of ander voorportaal van hel of paradijs. Ik moet dat hier alvast
even vertellen, omdat de ideeën over dit voorportaal, het vagevuur, uiteindelijk door Dante zullen (definitief) worden
gekoppeld aan de opvattingen over de zeven hoofdzonden. Dante’s kijk op het
vagevuur zal daarna maatgevend zijn. Hij komt zodadelijk aan bod. Overigens is er al in allerlei godsdiensten op een
of andere manier sprake van een zuiverend vuur. En hoewel het in de klassieke
oudheid een marginale plaats inneemt, heeft ook Plato het toch over: een periode waarin de slechten tussen twee
levens in worden gepijnigd met verschrikkelijke dromen. Veel later, bij de reformatie, de afsplitsing van
grote groepen van de katholieke kerk, zal door deze protestanten het vagevuur als bijgeloof worden afgezworen. Zij
lezen uit de bijbel dat het alles of niets is: hemel of hel. Een citaat van
Jezus: (Mattheus 18): Indien uw hand of uw voet u tot zonde verleidt, hak
hem af en gooi hem weg. Het is beter voor u verminkt of kreupel door het
leven te gaan, dan met twee handen of twee voeten in het eeuwig vuur geworpen
te worden.
Geen tijdelijk ongemak dus, maar de hel! Vincent de Beauvais Een echte autoriteit op het gebied van de
hoofdzonden wordt Thomas van Aquino, die midden dertiende eeuw, dus zeven
eeuwen na Gregorius, veel literatuuronderzoek doet en een systematisch
overzicht geeft van de hoofdzonden, waarbij hij ‘bewijst’ dat het: a. ook
echt allemaal doodzonden zijn en dat het er b. precies zeven zijn. Een tijdgenoot van Thomas van Aquino, Vincent de
Beauvais, geeft in zijn Speculum
Historiale
een overzicht van de zonden en hun onderlinge relatie. Een prachtig verhaal,
vooral omdat hij stelt dat uit de ene zonde de andere voortkomt. Van het een
komt het ander, dus. Ik zal een stukje voorlezen: |
||||||
|
van de website: http://www.educ.fc.ul.pt/hyper/enciclopedia/-paginas/vbeauvais.htm |
Van de zeven hoofdzonden is, schrijft Beauvais, Trots de wortel. Uit Trots ontspruit IJdelheid. De trotse
mens wil namelijk door allen worden geprezen, zodat hij door allen kan worden
gerespecteerd. Dat leidt tot Jaloersheid, omdat men zelf
lof begeert en men anderen dezelfde lof misgunt. Dat leidt tot Woede omdat de geest door
andermans geluk wordt gekweld en het geestesoog door deze toestand van Woede in
verwarring wordt gebracht. Dat leidt dan tot Traagheid omdat de geest
in opperste verwarring is geraakt en van al het goede walgt. Uit Traagheid komt Vrekkigheid voort omdat
de verwarde en bedrukte geest geen innerlijke vertroosting meer ervaart en vertroosting |
|||||
|
in aardse zaken buiten zichzelf zoekt in de vorm van Vrekkigheid. Op Vrekkigheid volgt Gulzigheid, omdat Gulzigheid consumeert wat
Vrekkigheid bij elkaar schraapt. Vandaar dat de rijken, die zich dagelijks
aan eetfestijnen te buiten gaan, gulzig plegen te zijn. Gulzigheid leidt tot Lust omdat de buik en de geslachtsdelen dicht bij
elkaar liggen en de onderlinge nabijheid van deze organen tot een verbinding
van zonden leidt. Uit deze onderling verbonden zonden wordt voor de zondaar als het ware
een keten gesmeed, die hem bindt en naar de hel trekt. Zo, vanaf dat moment weten we dat lust bovenaan de piramide van
zonden staat. |
||||||
|
4.
Dante Nu zijn we bijna aan het eind van de Middeleeuwen gekomen. De dichter
Dante werd in 1265 geboren in Florence. Als belangrijkste gebeurtenis van
zijn jeugd zag hij de ontmoeting, toen hij tien was, met een meisje van
negen: Beatrice. Ze zijn niet met elkaar getrouwd en ze stierf jong. Zij is voor
hem de ideale vrouwenfiguur geworden, die hij in de trant van de dichters van
zijn tijd vereerde en bezong. In het enorme gedicht de Divina Commedia
is zij het zinnebeeld van liefde en wijsheid. In deze ‘Goddelijke Komedie’ maakt Dante rond Pasen 1300 een
denkbeeldige reis door het hiernamaals: door de hel, het vagevuur en het
paradijs. (Dante schreef de komedie overigens in de jaren na 1311.) Onderweg
komt hij talloze bekende personen tegen uit zijn eigen tijd en uit de
geschiedenis. Met dit verhaal is het Dante die de zeven hoofdzonden en het
vagevuur voor de eeuwen die volgen aan elkaar verbindt. De drie delen van het verhaal beschrijft hij in telkens 33 canti
(zangen). In de eerste zang is Dante verdwaald in een donker woud en terwijl hij
wanhopig naar hulp uitziet, ontmoet hij daar de latijnse dichter Vergilius.
Samen met Vergilius verlaat hij het aardoppervlak en ze dalen af naar de hel,
die voorgesteld wordt als een systeem van concentrische, zich steeds verder
vernauwende kringen, een soort geringde trechter, die tenslotte in het midden
van de aarde eindigt. Daar zit Lucifer – in het ijs, met zijn hoofd naar ons
halfrond toe en met zijn voeten naar het zuidelijk halfrond.
Hier vinden Vergilius en Dante, na in de hel allerlei afschuwelijks
gezien te hebben, een weg langs het middelpunt van de aarde. Ze stijgen dan
weer op naar het zuidelijk halfrond. Ze bereiken een eiland, waar zich een
hoge berg verheft, de louteringsberg van het vagevuur waar de
zielen die in staat van genade zijn gestorven maar hun aardse schulden nog
niet hebben uitgeboet, geleidelijk gelouterd worden en opstijgen naar de
hemelse zaligheid. Hier begint deel twee van het verhaal.
Een groot deel van het Purgatorio, het Vagevuur is gereserveerd
voor de zeven hoofd- of doodzonden. Wanneer kom je in het Vagevuur? Het toen
gangbare idee was, dat elk van de zeven hoofdzonden aan de basis stond van
meer specifieke zonden, die soms zwaarder waren dan degene waar ze uit
ontsproten waren. Blijft bijvoorbeeld je gedrag beperkt tot een doodzonde als
Woede, dan kom je in het vagevuur. Is het gevolg van die woede dat het leidt
tot zwaardere zonden zoals moord of verraad, dan wordt het toch echt voor
eeuwig de hel. De louteringsberg is in Dantes verbeelding een soort tegenbeeld van de
trechtervormige hel: het heeft langs zijn flanken steeds nauwer wordende
gaanderijen. Iedere gaanderij symboliseert een van de zeven hoofdzonden, en
de gestorven zielen verblijven kortere of langere tijd op de gaanderij van
‘hun zonde’, om het maar zo te zeggen. De volgorde is dezelfde als in het betoog van Vincent Beauvais – zo’n
200 jaar eerder, dus van beneden naar boven: trots, afgunst, woede, luiheid,
hebzucht, vraatzucht, wellust. Dante ziet schimmen in allerlei echt heel erg vervelende situaties, en
praat soms met hen. Hij herkent ook velen en wordt herkend. Regelmatig wordt
door de mensenmassa Gregoriaanse gezangen aangeheven, en ook citeert men uit
de bergrede van Jezus. Op de top van de louteringsberg bevindt zich het paradijs. Hier (het
laatste deel van het verhaal begint) moet Vergilius achterblijven, want de
arme schat leefde net te vroeg om christen te kunnen zijn. Maar Beatrice
verschijnt en samen met haar stijgt Dante nu op naar het paradijs.
|
||||||
|
Epiloog
Tot slot kijken we nog even naar het jaar dat het vrolijke festival
der ondeugden, de aanleiding voor dit artikel, werd gehouden: het jaar 2003.
Hoe was het in Nederland met de hoofdzonden gesteld? Wat resteerde van al die
heilige gedachten en opvattingen, eeuw na eeuw besproken en aan onderdanig of
opstandig volk opgelegd? In de inleiding werd al iets gezegd over het allesbepalende belang dat
de grote politieke partijen in dit land hechten aan marktwerking. En het moet
gezegd: het resultaat in 2003 was schitterend. Want zou er voor zowel
autochtoon als allochtoon iets mooiers denkbaar kunnen zijn dan een
razendsnelle en verkoelende inburgering door middel van het aankopen en
oplikken van de normen en waarden van onze ijsmaker Ola? Vanaf week 8 draaide alles in Nederland om Lust (roomijs omhuld met
chocolade met aardbeiensmaak) en om Luiheid: vanille-ijs met karamelsaus,
omhuld met melkchocolade en pindanootjes. Vanaf week 18 likten we aan de Hebzucht (tiramisù-ijs met koffiesaus,
omhuld met melkchocolade en brokjes hazelnoot, amaretti, meringue en wafels)
en aan de Vraatzucht (chocolade-ijs, omhuld met melkchocolade en witte
chocolade). Het hield niet op. In week 28 volgden de Jaloezie (pistache-ijs,
omhuld met melkchocolade pistachenootjes) en de Wraakzucht (vanille-ijs met
rode vruchtensaus, omhuld met pure chocolade). In week 33 kwam dan ook nog de IJdelheid op de markt, in de vorm van
vanille-ijs met champagne-saus, omhuld met witte chocolade en
suikerballetjes. Het jaar was rond en vol. Dit was het einde. ¨¨¨ © anne lever |
||||||
|
|
||||||
|
www.hoogtelijnen.nl -
beschouwingen en utopieën
- contact@hoogtelijnen.nl |
||||||