Beschrijving voor www.hoogtelijnen.nl, © Anne Lever
versie 22 06 04
Palmzondag, Weimar 25 03 1714. Het is de eerste cantate die Bach
schreef als gevolg van zijn benoeming tot concertmeester. Aan deze benoeming
was nl. de opdracht gekoppeld maandelijks nieuwe stukken uit te voeren. In dit
eerste jaar, waarin hij bv. ook BWV 12, BWV 172 en BWV 21 componeerde, stelde
hij aan het koor hoge eisen, in de jaren hieropvolgend was de rol van het koor
beperkter. (Wolff, blz 76.)
Heruitvoeringen in Leipzig op Maria-Boodschap in 1724 (en
wellicht 1728).
Deze cantate bestaat uit niet minder dan drie koraaldelen en drie aria's, met daarnaast een recitatief en een inleidend instrumentaal deel. Dit alles in een beperkte bezetting vanwege de lijdenstijd / passietijd: een blokfluit, twee violen, twee altviolen en basso continuo.
De cantate begint (zoals meestal bij de vroege cantates) met
een instrumentale inleiding, een heerlijke, enigszins gedragen sonata (1),
met een hoofdrol voor de fluit. Het woord Himmelskönig is in het ritme terug te
vinden.
Vervolgens zingt het koor (2) de 'titelsong', een
introductie op de tekst die gaat volgen. Het is een welkomstlied voor de Himmelskönig.
Danst het koor?
Na een kort recitatief van de bas (3) volgt een
prachtige bas-aria (4) met een schitterende vioolmelodie. Starkes
Lieben, das dich, grosser Gottessohn, von dem Thron deiner Herrlichkeit
getrieben...
De tweede aria (5) wordt gezongen door de alt. Deze
keer mag de fluit uitpakken: een melodie die na een paar keer luisteren
helemaal in je gaat zitten (al is het moeilijk om dit met al z'n fantastische
wendingen te kunnen nazingen of -spelen). Wat moet het een feest zijn om hier
de fluitpartij te spelen! Ondertussen zingt de alt ook iets prachtigs. Bijna
acht minuten laat Bach ons horen dat de toewijding aan god voor ons van het
allergrootste belang is. Maar gewoon genieten mag vast ook wel.
In de derde aria (6) is het de beurt aan de tenor en
de continuo. Een prachtig samenspel. Of misschien beter: tegenspel?
Dan volgt het complexe en massieve koraal Jesu,
deine Passion ist mir lauter Freude (7), waarvan Albert Schweitzer opmerkt
dat het geschreven is in de stijl van Pachelbel (blz. 523) en waarvan in Wolff
(blz. 180) wordt gezegd dat de zettingen verwant zijn aan zestiende- eeuwse
voorgangers rond Luther. Zou dit bij de kerkgangers in 1714 een gevoel van
vertrouwdheid hebben opgewekt dat sterker is dan bij de rest van de cantate? In
elk geval is dit ook dit is Bach.
Een veel 'lichter' slotkoor (8) - dat in opbouw en
thema lijkt op het openingskoor van de cantate Sie werden aus Saba alle
kommen (BWV 65) - benadrukt nog eens dat er om draait dat je in liefde
en lijden bij de 'koning' bent. Prachtig gebruik van de permutatie-fuga ,
schijnbaar oneindig veel subtiele variaties! Er gehet voran, und öffnet die
Bahn.
(‘De permutatie-fuga is zo genoemd omdat de
stemmen op canon-achtige wijze inzetten, terwijl twee of drie neventhema’s na
het verschijnen van het hoofdthema, als een snoer kralen, in iedere stem
inzetten. Na de aanvankelijke expositie kan de volgorde van de inzetten
veranderd worden en de hele constructie naar een andere toonaard worden
getransponeerd om verschillende permutaties van het originele materiaal te
verkrijgen. Het resultaat is een strak geconstrueerde, zij het wat mechanische
fuga. De permutatie-fuga was Bachs opmerkelijk vernieuwende benadering van het
strikte contrapunt...’ George B. Stauffer in Wolff, blz. 100/1.)
Belangrijkste bronnen:
- De wereld van de Bach-cantates,
red. Christoph Wolff (Uitg. Uniepers, 1995/2003)
- Maarten ’t Hart: Johann Sebastian
Bach (Uitg. Arbeiderspers / Uitg. Joan Records,
2000)
- cd-Boekje Brilliant Classics
- Albert
Schweitzer: J.S.Bach, Breitkopf & Härtel, Leipzig 1908 (zevende druk, 1929,
blz. 522 en 523)
-
Internet: zie voor diverse links de inleidende pagina elders op deze
site
-
http://home.tiscali.be/bach2000/
(nederlandstalig, o.a. over BWV 182)
***
www.hoogtelijnen.nl - de-Bach-cantates - contact@hoogtelijnen.nl